| Lopende regie | Regieplanning | Contact |
| Biografie | Historiek Regies | Foto's Regies |
| Backstage | Gastenboek | Linken | Startpagina |


"LEVE HET LEVEN" - 2016

Tragikomedie door Nicolaj Erdman

HET VERHAAL

Semjon is een onmondige, kleine man, die samen met zijn vrouw Maria en zijn schoonmoeder Serafima
een blokappartementje betrekt.
Hij is al jaren werkloos en de kinderloze familie leeft van wat Maria buitenshuis verdient.
Semjon snakt naar een beetje aandacht, waardering en zelfrespect.
Hij wil zich zo graag nuttig voelen en iets betekenen voor de maatschappij…..
Wanneer ook zijn laatste hoop – een muzikale carrière – op niets uitdraait, besluit hij er een einde aan te maken.

En kijk, plotseling wordt hij wel belangrijk voor de maatschappij!
Mensen die zich vroeger niet om hem bekommerden, komen nu allemaal naar hem informeren.
Niet dat het drukke bezoek dat hij krijgt, bedoeld is om hem van zijn daad af te brengen.
Integendeel !
De intellectueel Aristarch, de femmes fatales Cleopatra en Raïsa, de postbode Jegor, de acteur Wiktor
en de priester Elpidius strijken als aasgieren op hem neer!
Allen willen ze dat Semjon zijn morbide plannen in hun belang ten uitvoer brengt.
Zo zal zijn zelfmoord een symbolische daad worden, waar eenieder nog lang over na zal praten.

Semjon, die hierdoor de rol van held en martelaar krijgt opgedrongen,
vindt al snel zijn gevoel van eigenwaarde terug.
Afgesproken wordt, dat hij de volgende dag na een gezamenlijk feestmaal aan zijn 'laatste reis' zal beginnen……


"LEVE HET LEVEN":
de tragikomische lotgevallen van een kleine man die zo graag een beetje gelukkig wil zijn
en die streeft naar een minimum aan zelfrespect.
"LEVE HET LEVEN":
Een universeel en tijdloos gegeven!

Absurd en in de stijl van een goede vaudeville, neemt Erdman ons mee in een draaikolk van groteske situaties
die het verhaal telkens weer een nieuwe onverwachte wending geven.
Nu eens extravagant of wreed, dan weer knettergek of poëtisch, maar vooral vreselijk…..menselijk.
De lach als wapen om de absurditeit aan te klagen van “het” systeem,
dat ons vaak als individu dreigt te verstikken.


NICOLAJ ERDMAN


Schrijvers, beeldende kunstenaars en componisten uit het Rusland van de twintigste eeuw
hadden zich te houden aan de regels die het Stalinregime hen oplegde.
Ook Nicolaj Erdman (°Rusland, 1902) werd een slachtoffer van het Stalinisme.
Hij die door Maxim Gorki "de nieuwe Gogol" werd genoemd, verdween in de anonimiteit na het schrijven
van slechts twee toneelstukken: "Het Mandaat" (1925) en "De Zelfmoordenaar" (1928).
Hij werd gearresteerd en verbannen.
Zijn toneelstuk 'De Zelfmoordenaar' vormde immers een regelrechte aanklacht
tegen het Russische politieke bestel.
De Culturele Propaganda-afdeling van Stalin keurde het stuk af
"omdat het een schandelijk vertekend beeld van de Sovjet-werkelijkheid gaf".
Het werd in Rusland dan ook nooit opgevoerd.
In de jaren 30 werd niets meer van Erdman gehoord.
Pas vanaf 1942 duikt zijn naam weer op in het Russische repertorium van film- en theatermakers.
Een hoofdrol was voor hem echter niet meer weggelegd.
Zijn latere toneelwerken behaalden nooit meer hetzelfde niveau.
Voor het westen bleef hij tot aan zijn dood in 1970 zelfs totaal onbekend.
En nochtans, de jonge Erdman was de rijzende literaire ster in het post-revolutionaire Rusland!
"De zelfmoordenaar" werd pas in 1969 door Zweden voor het westerse publiek ontdekt.
Het beleefde zijn Nederlandstalige première op 17 oktober 1981 in Frascati in Amsterdam.


Foto's
Startpagina







"4 ZUSTERS" - 2015

Toneelspel voor 4 stemmen door Claire Swyzen

HET VERHAAL

Vier zussen.
Marie, Martha, Vera en Lies.
Ieder van hen met haar eigen dromen en verlangens,
met gevoelens en frustraties, met goede en minder goede kanten.
Flarden uit hun leven.
Een collage van verhalen, anekdotes, situaties en herinneringen.
Vier zussen die als het ware uit een foto gestapt zijn en tot leven komen.
Eenvoudig is het allemaal niet.
Het ‘Leven’ geeft en neemt en weigert vooral om uitleg te geven.….

Deze familiegeschiedenis zweeft door de tijd.
Fragmenten uit heden en verleden razen door elkaar,
omdat ze toch complementair zijn,
omdat de verschillen te miniem zijn om er belang aan te hechten.
Waar het om gaat is de poëzie van het leven.

‘4 zusters’
Soms erg herkenbaar, dan weer vreemd en hilarisch.
Soms aangrijpend en dan weer komisch.
‘4 zusters’
Pure schoonheid in een haast onwezenlijk tedere poëzie.

Dramaturge Claire Swyzen liet zich inspireren door het fotoboek "The Brown Sisters" van Nicholas Nixon.
Elk jaar opnieuw fotografeerde hij zijn vrouw en haar drie zusters.
De vrouwen staan steeds in dezelfde volgorde.
De ouderdom slaat op elke bladzijde genadeloos wat harder toe.


CLAIRE SWYZEN


Claire Swyzen (Rabat, Marokko,1973) is dramaturge, auteur en onderzoekster.
Ze studeerde Germaanse taal - en letterkunde, Lerarenopleiding en Theaterwetenschappen.
Sinds 1998 is ze dramaturge bij De Tijd. en was ze van 1997 tot 2000 redactielid van het tijdschrift Sampel.
Van 2000 tot 2006 gaf ze les in de schrijfopleiding aan het Rits.
Swyzen kreeg van Vandervost ook de vraag om zelf voor het theater te schrijven:
zo leverde ze één van de zeven teksten aan Cartier-Bresson/Zien Kijken (2000), waaraan ook zes andere auteurs meewerkten.
In 2002 schreef ze “4 zusters".

Ze schreef deze eerste, avondvullende theatertekst oorspronkelijk voor 4 stemmen.
Het stuk ging in première bij De Tijd.
De cast werd gevormd door Antje De Boeck, Mieke De Groote, Els Dottermans en Chris Thys.

Momenteel combineert Claire Swyzen haar functie als dramaturge bij De Tijd
met die van onderzoeksdramaturge in academiseringsprojecten binnen de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Associatie K.U.Leuven)
en de Artesis Hogeschool (Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen).


Foto's
Startpagina







"DE WINTER ONDER DE TAFEL" - 2014

Een sprookje voor volwassenen door Roland Topor

HET VERHAAL

“Il était une fois un petit cordonnier émigré
qui louait le dessous de table d’une jolie traductrice fauchée... “

De jonge, bevallige Florence Michalon werkt in haar appartement
aan een romanvertaling van de beroemde Oost-Europese schrijver Zolozol.
Het is niet eenvoudig rond te komen van dit werk,
maar gelukkig heeft zij een tweede bron van inkomsten: onderverhuur.
Florence is echter maar klein behuisd, dus de enige plek die hiervoor in aanmerking komt,
is een paar vierkante meters onder haar werktafel.
Daar woont nu Dragomir, een arme Oost-Europese asielzoeker en schoenlapper.
Nadat hij al in een holle boomstam woonde, in een chauffageketel en zelfs in een familiegraf op het kerkhof,
vindt hij nu onderdak bij Florence.

En die winter lacht het leven hem toe.
Hier zal hij zich nestelen alsof het een paradijs was.
Hij slaapt er warm, kookt er, doet er zijn gymnastiekoefeningen en werkt er,
er op lettend dat hij de benen van juffrouw Michalon niet raakt.
Overigens heel mooi die benen…...

En die knieën!
Ronde knieën, zacht.
Als ze tegen elkaar zijn, zou je zeggen, borsten…
Als zij ze uit elkaar doet, dan zijn het net de armleuningen van een zetel….
En wat vertellen ze veel!

Maar Dragomir is voor alles een gentleman.
Tussen hen is het eerder dat onvertaalbaar en ondefinieerbare woord
“trom”,
dat langzamerhand de ganse ruimte zal vullen en het begin zal zijn van een idylle …...
Tot een macho uitgever, de beste vriendin van Florence en een tweede immigrant hun intrede doen….

“De winter onder de tafel” behandelt subtiel thema’s als
gastvrijheid versus egoïsme en territoriumbewaking, vertrouwen versus angst,
eenvoud versus materialisme, droom versus werkelijkheid en eenzaamheid versus geborgenheid.

“De winter onder de tafel”
is een poëtische en romantische komedie vol tederheid en levensvreugde,
een melancholische en een tegelijk komische vertelling,
een verhaal over mensen die op zoek zijn naar een (t)huis….

Een sprookje met een hoog “trom"-gehalte!


ROLAND TOPOR


Roland Topor werd op 7 januari 1938 in Parijs geboren
als zoon van joodse immigranten die uit Polen naar Frankrijk waren gevlucht
uit angst voor het naziregime.
In Parijs studeerde hij aan de kunstacademie en werkte hij mee aan het tijdschrift “Hara-Kiri” (1960-1986),
dat bekend stond om zijn anarchisme en zijn bizarre humor.
In 1962 richtte hij samen met enkele andere kunstenaars, waaronder Arrabal, Jodorowski en Sternberg,
de “Académie Panique” op,
een beweging die op een provocerende manier vorm wilde geven aan politieke en maatschappelijke thema’s.

Bij het grote publiek is Roland Topor vooral bekend
vanwege zijn lugubere tekeningen (dessins paniques), schilderijen en litho’s.
Zijn grafisch werk werd tentoongesteld over de hele wereld.

Minder bekend is, dat hij ook actief was als schrijver van surrealistische korte verhalen
en dat hij zich intensief bezighield met film en theater.
Hij acteerde, schreef toneelteksten en scenario’s, regisseerde, maakte tekenfilms en ontwierp decors.

Zijn kijk op het leven combineert melancholie en zachtmoedigheid met provocatie en satire.
Zijn werken worden meestal als absurd geclassificeerd,
maar het absurde in zijn werk is allerminst cryptisch:
het zijn karikaturale uitvergrotingen (satire) en uitdagende omdraaiingen (ironie).
Beroemd werd de verfilming van zijn roman “De huurder” (1976) door Roman Polanski.

Tot aan zijn dood bleef Topor bezig de wereld te verbazen met zijn lugubere en tegelijk humoristische invallen.
Nog in 1991 ontstond er hevige opschudding in Parijs vanwege de affiche
die Topor had ontworpen voor zijn toneelstuk “De baby van meneer Laurent”.
De affiche toonde een aan een deur vastgespijkerde baby.

Hij ontving verschillende prijzen waaronder
“Le prix Honoré”, “Le Grand Prix National” en “Le Prix Industrial Designer of the Royal Society of Arts de Londres”
Op 16 april 1997 overleed Topor aan een hersenbloeding in Parijs,
de stad die zijn leven lang zijn vluchthaven en zijn thuishaven was gebleven.

“De winter onder de tafel” schreef hij in 1994 naar aanleiding van het overlijden van zijn vader,
een geïmmigreerde Poolse artiest, die in Parijs schoenmaker werd om zijn gezin te onderhouden.
Het stuk kende in hetzelfde jaar zijn wereldcreatie in het Nationaltheater in Mannheim.
In 1996 – enkele weken voor zijn dood - regisseerde Topor het zelf bij de KVS Brussel
en ontwierp er ook de kostuums en het decor voor.
In het seizoen 2001-2002 bewerkte Peter De Graef het als kindervoorstelling voor Het Paleis – Antwerpen,
tot een ontroerend sprookje over liefde en vriendschap
In 2004 werd het stuk in Frankrijk gecreëerd in het Theatre de l’ Atelier in een regie van Zabou Breitman
en won er zes “Molières”,
waaronder die van beste productie, beste acteur (Dominique Pinon als Dragomir) en beste actrice (Isabelle Carré als Florence).


Foto's
Startpagina







"PASSIES" - 2014

Een intrigerende relatiekomedie door Peter Nichols

HET VERHAAL

Passionplay (Passies) is het verhaal van John en Ellen.
Hun huwelijk dobbert al een tijdje op de golven van de routine, tot Kate in hun leven verschijnt.
Ze richt haar veroverende blik op John en weet hem al snel te strikken.
Agnes, een vriendin van Ellen, ontdekt toevallig hun verhouding.
Ze is verbitterd en op wraak belust omdat Kate er vijf jaren geleden met haar echtgenoot vandoor ging.
Het kost haar dan ook geen enkele moeite om met verholen leedvermaak de niets vermoedende Ellen in te lichten.

Maar Passies neemt geen genoegen met een driehoek,
het maakt gulzig gebruik van een vijfhoek.
Nichols hanteert deze geometrische figuur als een verfijnd instrument om twee personages, Jo en Nell, aan het geheel toe te voegen.
Ze fungeren als de alter-ego’s van John en Ellen.
Dank zij hen dringen we binnen in de gedachtewereld van deze twee personages.
Gaandeweg krijgen ze meer autonomie en op een subtiele wijze verhogen ze de soms hoog oplopende emoties.

Met een schitterend verhaal, intelligente dialogen en interessante personages
weet Peter Nichols het eeuwenoude thema van ontrouw op meesterlijke wijze in een nieuw, fris kleedje te steken.
Passies is een intrigerende, verrassende en meesterlijk geschreven relatiekomedie
over liefde, leugens, bedrog, overspel en hartstochtelijke passie....


PETER NICHOLS


Peter Nichols werd geboren op 31 juli 1927 in Bristol.
Hij kreeg een opleiding aan de Bristol Old Vic Theatre School.
Na zijn militaire dienst in het Verre Oosten, werd hij beroepsacteur en later leraar in Londen.
In zijn vrije tijd schreef hij televisiespelen en toen de BBC besloot om twee van zijn werken te produceren,
begon hij ook voor het theater te schrijven.
Grote bekendheid verwierf Nichols met zijn stuk A day in the death of Joe Egg (nominatie Broadway's Tony Award, 1968).
Naast Passion Play/ Passies (1981) schreef hij nog
The national Health (1969), Forget-me-not-lane (1971), Chez nous (1974), The Freeway (1974),
Privates on Parade (1977), Born in the gardens (1980), Poppy (1982), A Piece of My Mind (1987),
Blue Murder (1995), So Long Life (2000) en Nicholodeon (2000)


Foto's
Startpagina







"GERUCHTEN" - 2014

Een hilarische komedie van Neil Simon

HET VERHAAL

Ze vieren hun 25 - jarig huwelijksjubileum.
Een etentje voor hun high-life vrienden.
Hij - viceburgemeester - ligt echter bloedend als een varken op zijn bed.
Een wanhoopsdaad?
Zij - zijn echtgenote - is in geen velden of wegen te bekennen.

De gasten arriveren.
Schone schijn en buitenechtelijke praktijken.
Vermijden dat een mogelijk schandaal het daglicht ziet.
Op het menu:
Verwarringen en smoezen.
Leugens en veronderstellingen.
Roddels en geruchten…..

Lastig om een sluitend verhaal te bedenken
én dit overeind te houden
als jezelf óók niet precies weet
wat er nu eigenlijk gebeurd is…


NEIL SIMON

Neil Simon (New-York, ° 4 juli 1927)
startte zijn carrière in de jaren ’50 met het schrijven van grappen voor radio- en TV-sterren
en schreef samen met zijn broer Danny de populaire TV-comedy ‘Your Show of Shows’.
In 1961 ging zijn eerste Broadwaystuk ‘Come Blow Your Horn’ in première.
Na 678 succesvolle voorstellingen werd het stuk in 1962 opgevolgd door ‘Little Me’,
waarvoor hij zijn eerste Tony Award-nominatie kreeg.
In totaal kreeg hij zeventien Tony-nominaties. Drie maal mocht hij de prijs daadwerkelijk ontvangen.
In 1991 won hij de PullitzerPrijs voor ‘Lost in Yonkers’.
Hij won nog diverse andere prijzen, waaronder een Golden Globe voor het scenario van ‘The Goodbye Girl’.
Hij schreef 32 toneelstukken en meer dan 20 filmscenario’s, waarvan de bekendste ongetwijfeld
‘Barefoot in the Park (’67 ), ‘The Odd Couple’ (’68 ), ‘Sweet Charity’ (’69 ), ‘Chapter Two’ (’77),
‘California Suite’ (‘78 ), ‘Fools’ (’79), ‘Rumours’ (’88), ‘The Sunshine Boys’ (’95 ) en ‘The Dinner Party’ (00).

Neil Simon staat bekend als Amerika’s meest populaire toneelschrijver.
Zijn talrijke Broadwaysuccessen maakten hem tot één van de meest gespeelde schrijvers ter wereld.
Hoewel hij vooral komische werken schrijft,
is een aantal van zijn stukken gebaseerd op de ervaringen van de Joods-Amerikaanse bevolking in de twintigste eeuw.
Hij wordt ‘The King of Comedy’ genoemd en is volgens statistici de meest gespeelde toneelschrijver na Shakespeare.
Het geheim van zijn succes is zijn nauwgezette vakmanschap;
hij weet precies hoe een komedie geschreven moet worden.
Hij schrijft ze op maat, zowel voor spelers als publiek.
De personages in zijn stukken zijn voor iedereen herkenbaar en de situaties lijken alledaags zonder dat te zijn.

Hij vervult twee ere-doctoraten:
die van ‘Doctor of Humane Letters’ aan de Hofstra University
en van ‘Doctor of Laws’ aan het Williams College en is naamgever van ‘The Neil Simon Theatre’ op Broadway.


Foto's
Startpagina







"ALBERTINE IN VIJF TIJDEN" - 2013

Een intimistisch levensverhaal van Michel Tremblay


Geselecteerd voor het Provinciaal Theaterfestival West-Vlaanderen 2014-2016

HET VERHAAL

De 70 jarige Albertine
komt na een mislukte zelfmoordpoging terecht in een rusthuis
waar ze haar leven zal eindigen.
In de stilte van haar kamer vraagt ze zich af hoe het zo ver is kunnen komen?

Waarom heeft ze dit gedaan en was er geen andere mogelijkheid?
Moet ze haar leven eindigen zonder rust en vrede met zichzelf te vinden?
Daarom begint ze haar leven terug op te roepen.
Ze confronteert zich met zichzelf op verschillende leeftijden.
Leeftijden die een scharniermoment waren in haar leven.
Eén voor één komen die vroegere Albertines tot leven
en gaan met elkaar op zoek naar het waarom.

Geleidelijk ontvouwt het echte verhaal zich als een thriller.
En zo is het misschien mogelijk om in rust haar laatste levensdagen te slijten.

De verschillende leeftijden gaan met elkaar de confrontatie aan en gaan op zoek.
Want Albertine 30 jaar weet niet wat Albertine 40 jaar weet
en die weet niet wat Albertine 50 weet...
Ieder van hen levert een stukje van de puzzel.
Ieder van hen heeft ook gevoelens -negatieve en positieve -tegenover de andere leeftijd.
Steeds blijft het verwijt hangen:
waarom heb jij het niet anders gedaan, dan zat ik nu niet in de miserie?

Albertine in vijf tijden
is het verhaal van een leven.
Een leven zoals dat van jou en mij.
Een leven waar men als het einde nadert op terug kijkt
en zich afvraagt of het niet anders had gemoeten.
Hadden we onze levensloop kunnen veranderen
indien we op bepaalde ogenblikken andere keuzes hadden gemaakt?


MICHEL TREMBLAY

Michel Tremblay is een dominante figuur van de Quebecse theaterscène sinds de late zestiger jaren.
Hij schreef werken van een zeer imposante kwaliteit en kwantiteit,
ls dramaturg, verhaalschrijver, vertaler en ontwikkelaar.
Zijn werken werden geprezen in Canada, VS en ongeveer overal in Europa,
voor originele stijl, de overvloed aan expressies en de diepzinnige visie op de wereld waarin wij leven.
Hij is ongetwijfeld één van de meest betekenisvolle schrijvers van de 20ste eeuw.

Michel Tremblay werd geboren op 25 juni 1942 in het industriële oosten van Montreal (Quebec).
Tijdens zijn middelbare schooltijd begon hij reeds met het schrijven van gedichten, toneelstukken en verhalen.
Na het beëindigen van zijn middelbare schooltijd ging hij op 18-jarige leeftijd naar the Graphic Arts Institute van Quebec,
waar hij het beroep van typograaf leerde.
Daar begon hij korte verhalen te schrijven, zoals ‘Stories for Late Night Drinkers’, die dan later werden gepubliceerd.
In 1964 won hij met het toneelstuk ‘Le Train’ een wedstrijd voor jonge schrijvers.
In datzelfde jaar ontmoette hij André Brassard, die de voornaamste van bijna al zijn stukken heeft geregisseerd.

In 1965, schreef Michel Tremblay ‘Les Belles-Soeurs’,
dat in 1968 voor het eerst werd uitgevoerd door Le Théatre du Rideau Vert in Montreal.
Het werd onmiddellijk door critici, alsook door het publiek,
uitgeroepen tot het belangrijkste evenement binnen het theater van Quebec.
Doorheen de volgende jaren schreef hij vele successen, met ondermeer:
‘À toi, pour toujours, ta Marie-Lou’ (1970), ‘Hosanna’ (1973),
‘Messe solennelle pour une pleine lune d'été’ (1996) en ‘L'Oratorio de Noël’ ( 2012)

Zijn theaterstukken zijn onder meer opgevoerd in België, Frankrijk, Zwitserland, Engeland, Japan, …
Tremblay’s werk bevat 24 toneelstukken, 3 musicals, 12 verhalen, een sprookjescollectie ,
4 collecties van kortverhalen en 7 filmscripts o.a. ‘Il était une fois dans l’est’ en ‘Genies’.
In 1999 ontving hij de ‘Governor General’s Performing Arts Award’.


Foto's
Startpagina







"WACHT TOT HET DONKER IS" - 2013

Een bloedstollende thriller van Frederick Knott

HET VERHAAL

New York.
Een souterrainflat.
Suzy en Sam Hendrix leiden er een harmonieus en onopvallend bestaan.
Hij is een getalenteerd fotograaf,
zij neemt de huishouding voor haar rekening.
De jonge blinde Susy verwacht zich aan een rustige avond.
Haar man is weg voor een late opdracht
en haar rest enkel wat huishoudelijk gerommel in haar vertrouwde appartementje.
Haar veilig stekje is echter op dat moment het doelwit van drie criminelen.
Ze zijn op zoek naar een pop
die blijkbaar belangrijk genoeg is om er een moord voor te plegen…..

‘Wacht tot het donker is’
Een bloedstollende superthriller!
‘Wait until dark’ !!!


FREDERICK KNOTT

Frederick Knott werd op 28 augustus 1916 geboren in Hankoc (China).
Hij volgde onderwijs aan de Oundle School
en behaalde later een licentiaatdiploma in de rechten aan de universiteit van Cambridge.
Hij diende in het Britse leger van 1939 tot 1946 en klom op tot de rang van majoor.
Uiteindelijk verhuisde hij naar de Verenigde Staten.
Hoewel zijn meest succesvolle toneelstuk, 'Dial M for Murder', een echte hit was op het podium,
was het oorspronkelijk een BBC-televisie-productie.
Als theaterstuk ging het in juni 1952 in première in het Londense Westminster Theatre.
Deze productie was nadien succesvol in het Plymouth Theater in New York City.
Knott schreef ook het scenario voor de film (1954)
die Alfred Hitchcock verfilmde voor Warner Brothers (met Ray Milland en Grace Kelly).
In 1960 schreef Knott de thriller 'Write Me A Murder'.
Deze thriller ging in première in oktober 1961 in het Belasco Theatre (New York)
met in de hoofdrollen Denholm Elliott en Kim Hunter.
In 1966 stond Knott's toneelstuk 'Wait Until Dark' op het programma van het Ethel Barrymore Theatre in Broadway.
De film met Audrey Hepburn in de hoofdrol verscheen in 1967.

Knott stierf in New York City op 17 december 2002.


Foto's
Startpagina







"HEUVELS VAN BLAUW" - 2013

Een grimmig toneelspel van Dennis Potter

HET VERHAAL

Engeland, 1943.
De Duitsers bombarderen opnieuw Londen. De geallieerden nemen Sicilië in.
Een zonnige zomernamiddag in het Forest of Dean.
Zeven kinderen, vijf jongens en twee meisjes.
Ze rennen door het bos, roepen en plagen elkaar
Ze spelen…
Ze spelen vrolijk oorlogsvliegtuigje en parachutist.
Ze spelen vadertje en moedertje of verpleegstertje.
Ze vechten om een appel, jagen op een eekhoorn.
Een kinderwagen piept en waarschuwt zo de “vijand”.
En die ene zielige jongen speelt met vuur…
Gaandeweg wordt de grens tussen spelen, pesten, terroriseren en échte oorlog steeds vager.
De angst en de brutaliteit nemen toe.
Schijnbare onschuld loopt uit op sadistische wreedheid en een gruwelijke tragedie.
Maar….
….“We hebben het niet geweten,… of wel?”

“Blue Remembered Hills”, dat oorspronkelijk een televisiespelscenario was voor de BBC,
is een rechtlijnig drama zonder retoriek en met een eenvoud van vertelling.
Een onschuldig, zelfs humoristisch verhaal dat van a naar b gaat
en dat uitverteld is voor je er erg in hebt.
Maar het is ook een verhaal met een gruwel van anekdotiek.
Zonder dat je het weet, zit je als toeschouwer gaandeweg naar iets heel anders te kijken….!
In hun genadeloze spelletjes in het bos weerspiegelen deze kinderen de alom aanwezige oorlog.
De zwakste schakel in de groep wordt zonder pardon afgemaakt.
Onschuld is immers een vergankelijk iets en zoals het met “confituurpotten” in dit stuk gaat,
heeft ook zij een prijs.
De verloren onschuld van de jeugd wordt met subversieve wreedheid aangesneden.
Dennis Potter laat de zeven kinderen spelen door volwassen acteurs.
“Heuvels van Blauw” wordt hierdoor als een uitvergroting van “kinderlijke” gevoelens.
Zo ongeveer ieder van ons is ooit één van die kinderen geweest. De gevoelens die worden opgeroepen,
slepen in hun kielzog dan ook een veelvoud van herinneringen met zich mee…..
Potter creëert karakters die we allen herkennen:
de manipulator, de vechtersbaas, de meeloper, het slachtoffer, de uitgestotene, …
Het zijn, ondanks hun kind-zijn, complete individu’s die elk hun eigen wereld wanhopig ernstig nemen
en die pijnlijk ervaren waar ze zich bevinden in de brutale hiërarchie van deze wereld.
Ieder op zich heeft het gevoel dat “zijn/haar” wereld, “de” wereld is en dat iedere dag “life-time” is.
Ze worden nauwelijks door iemand of iets buiten hen bewogen,
zelfs niet door het geweld van een oorlog die ze nauwelijks begrijpen.

“Heuvels van Blauw” houdt ons echter gelijktijdig de spiegel voor van onze “volwassen” maatschappij,
waar precies alles draait om die agressieve machtsstrijd, status, hiërarchie…..
Een gewelddadige maatschappij, die niets anders kan voortbrengen dan gewelddadige jongvolwassenen.
Willie en zijn kameraden handelen volgens het principe van “het recht van de sterkste”.
Ze spiegelen zich aan de heroïsche helden uit hun stripverhalen – zoals Desperate Dan in de Dandy,
Musso the Wop in de Beano en Rockfist Rogan in de Champion - en aan de kennis, de mythes en de rolpatronen die hen vanuit de volwassenwereld zijn doorgesijpeld.
Hun gedragingen, hun interacties en hun manipulaties worden gevoed via het vertellen van indrukwekkende verhaaltjes en het spelen van fantasierijke mini-theaterspelletjes met een mythische status,
meestal aanvaard als de -“hun”- waarheid.
Hiermee bepalen ze hun “belangrijkheid”, hun “geloofwaardigheid” en hun “positie” ten opzichte van de anderen.
Want de kracht van de “groep” verlamt en verdooft immers vaak de waarden van het “individu”.
De lijn tussen waarheid en leugen, tussen realiteit en fantasie, is echter heel dun.
Maar voor kinderen zijn “lijntjes” heel leuk om heen en weer over te springen.

“Heuvels van Blauw” speelt zich af tegen de achtergrond van de tweede wereldoorlog.
Het individu dat ondergeschikt wordt aan de groep, de machtsspelletjes en het opkijken naar en het blindelings volgen van de leider, zijn de exacte weerspiegeling van het Nazi-regime,
met zijn bombastische, hoogdravende theatraliteit en leiderscultus.
Het drama waarmee “Heuvels van Blauw” eindigt,
staat hiermee bijna symbolisch voor de vernietigingskampen van de holocaust.
Het “echte beest” zit niet in de bossen of in de heuvels - van blauw -, maar in ieder kind en in ieder van ons.
Als de ideologie “dat iedere vreemde-ling een vijand is”, ons onvermijdelijk leidt naar het waanzinnig en krankzinnig “spel” van de dodenkampen, dan moet ook de maatschappij die dergelijke kampen mogelijk maakt,
beschouwd worden als een alarmsignaal.
Net als de sirene die door de bossen van “Heuvels van Blauw” weergalmt.
Zoals de tragedie van Wereldoorlog II zich verder op de wereldscène afspeelt,
zo speelt zich voor onze ogen een kleinere, maar even hallucinante tragedie af.
Een tragedie die onmiddellijk gelinkt is,
niet alleen aan het “beest” in de kinderen en aan “de verbrandingsovens” in dat ander land,
maar ook aan een potentieel groter beest in onze maatschappij:
“het verlies van de individuele verantwoordelijkheid en de opkomst van uiterst rechts”.
En fascisten zijn altijd “de anderen”.
Ze lijken zelden of nooit op onszelf……


DENNIS POTTER

Dennis Christopher George Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Berry Hill,
in het Forest of Dean (Gloucestershire, Engeland).
Tijdens de tweede wereldoorlog liep hij school in de Bell’s Grammar School.
Na een taalcursus tijdens zijn militaire dienst, werd hij militair vertaler Russisch.
In 1959 behaalde hij zijn diploma filosofie en politieke economische wetenschappen
aan het New College in Oxford.
Hetzelfde jaar huwde hij met Margaret Morgan, een journaliste. Ze kregen twee dochters en een zoon.
In Oxford werd hij betrokken in linksgerichte politiek en werkte er als journalist en criticus.
“The Glittering Coffin”, zijn eerste boek, was een analyse van de Labourpartij
en het toenmalige politieke klimaat.
Toen hij 25 jaar was, begon Potter te lijden aan psoriasis. Hij kreeg meer en meer aanvallen van psoriatisch gewrichtslijden, waarvoor hij zijn ganse leven medicatie diende te nemen.
Potter begon als stagiair te werken bij de BBC en maakte er “Beween Two Rivers”,
een documentaire over zijn geboortestreek.
Vanaf 1961 was hij bovendien ook televisiecriticus voor de London Daily Herald
en schreef hij sketches voor de televisieserie “That was The Week That Was”.
Tussen 1960 en 1970 lokten zijn vele televisiedrama’s, omwille van de politieke en sociale standpunten,
heel wat controverse uit.
Tot zijn meest bekende drama’s behoren “Paper Roses”(1971), “Pennies From Heaven”(1978),
“Blue Remembered Hills”(1979), “Cream In My Coffee(1980), “Tender Is The Night”(1985)
en “The Singing Detective”(1986).
In 1994 werd bij Potter de diagnose van terminale pancreaskanker gesteld.
Tijdens zijn laatste drie levensmaanden schreef hij voor de BBC en Channel Four nog
“ Karaoke” en “Cold Lazarus”.
In 1979 won hij de BAFTA Writers Award voor “Blue Remembered hills”.
Dennis Potter overleed op 7 juni 1994.


Foto's
Startpagina







"DE NAAMLOZEN" - 2012

Zuurzoet verteltheater van Filip Vanluchene

Deelname selectie Koninklijk Landjuweel, Gent 2013
Geselecteerd voor het GAMA-theaterfestival, Gent 2013


HET VERHAAL

Het achtergat van Vlaanderen.
Een dorp.
Een kleine straat.
Een collectie oervlaamse mensen.
Kleine stervelingen.
Anoniem, onbenullig alledaags.
Zeker in het licht van de Allerhoogste.
DE NAAMLOZEN

Met de voeten in de klei.
In hun dagelijkse strijd tegen de tijd.
Erin verzinken of eraan ontsnappen.
Hun hoofd vol herinneringen, dromen en hersenspinsels.
Verlangens, frustraties en schuld opgestapeld achter een muur van zedig zwijgen
achter de doorschijnende stof van Marie-Roses blouse,
achter de rits van Cyriels nieuwe broek
en in de donkere kamer van de kleine Julien.
De machinerie van horen zien en zwijgen.

En soms een klein incident
als een klein manneke overhoop gelopen wordt,
als de plomb général springt,
of als het weer ‘wie … wie … wie …’ klinkt van tussen de bachen achter in de tuin.
En de jaarlijkse busreis van de Katholieke Werkersbond.
Naar het Neanderthal in Duitsland,
daar waar de mens voor het eerst mens werd.
Maar de autocar valt in panne op de stuwdam van de Gileppe……
Hun kleine leven valt machteloos stil.
Verloren tijd, verloren levens?
A la recherche du temps perdu.
De verloren tijd opvullen, dat is de grote kunst.
Als een massa water zoekt het dier in de mens zijn weg naar buiten.….

DE NAAMLOZEN
Een groot drama in een kleine straat ,
dat steeds verder verzakt in een surrealistische droom
en eindigt in een bevreemdende leegte.
Een mysterie van niks……

DE NAAMLOZEN
Een meesterwerkje van meester-verteller Filip Vanluchene.
Hilarisch, duister, humoristisch, poëtisch, onbehaaglijk...
Een vertelling die proeft als overgoten met de sauzen van Devos-Lemmens.
Soms zoet, dan weer zout, pikant en soms heerlijk vettig.


FILIP VANLUCHENE

Filip Vanluchene (°1950)
groeide op in Kuurne als zoon van een vlashandelaar, die later textielfabrikant werd.
Alhoewel hij aan het Gentse Conservatorium afstudeerde als acteur
en zich engageerde bij Theater Arena en de Internationale Nieuwe Scène,
koos hij er vrij snel voor om theaterteksten te vertalen.
Hij zette maar liefst negentien teksten van Dario Fo om naar het Nederlands
met o.a. ‘De Tijger en andere verhalen’ en ‘Obscene Fabels’
en beschouwt de Italiaanse Nobelprijswinnaar als de meester van wie hij,
al vertalende, de knepen van het schrijvervak leerde.
Na de dood van zijn vader in 1981 besloot Vanluchene om de zaak van zijn vader voort te zetten
en voor het theater enkel nog te vertalen.
In de jaren negentig kreeg de loopbaan van Vanluchene een nieuwe impuls.
Hij werd gevraagd om mee te werken aan ‘Casanova’ (1990), een productie van De Tijd,
geregisseerd door Eric De Volder en gespeeld door Lucas Vandervost en Bob De Moor,
die Vanluchene al kent sinds zijn opleiding aan het conservatorium.
Vandervost en De Moor zouden een belangrijke rol blijven spelen in zijn schrijversloopbaan.
Voor De Tijd vertaalde Vanluchene ‘Agatha’ van Marguerite Duras, ‘Woyzeck’ van Georg Büchner
en ‘Biedermann en de brandstichters’van Max Frisch.
In 1998 bewerkte hij ‘Terwijl ik stierf’ van William Faulkner.
Vanluchene kreeg zijn eerste schrijfopdracht van De Tijd in 1995 met als resultaat ‘Montagnes Russes’,
waarvoor hij in 1997 de Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Toneelletterkunde ontving.
Later schreef Vanluchene in opdracht van De Tijd nog
‘Risquons-tout’ (2000) (Interprovinciale Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2002) en ‘Basel-Retour’(2004).
Bob De Moor regisseerde bij Theater De Korre ‘Hotel Terminus’ (1992), ‘De Rafaëls’ (1994), ‘Prinsenhof’ (1998)
en 'De naamlozen' (1999), dat een speciale vermelding kreeg in het juryrapport van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2000.
Daarnaast speelde Theater De Korre in deze periode ook Vanluchene’s vertalingen
van ‘Mademoiselle Jaïre’ van Michel de Ghelderode en ‘Légendes flamandes’ van Charles De Coster.
Filip ontving tevens de Taalunie Toneelschrijfprijs 2008 voor 'Citytrip'.


Foto's
Startpagina







"OM NOOIT TE VERGETEN" - 2011

Een bitterzoete tragikomedie van Alan Ayckbourn

Gulden Spot Beste Vormgeving, Opendoek Oost-Vlaanderen 2012
Nominatie Gulden Spot Beste Productie


HET VERHAAL

Restaurant “Essa de Calvi”.
Eigenaar Ernesto Calvinu en zijn kelners Tuto, Bengie, Dinka en Aggi
sloven zich uit (?) om het de klanten naar hun zin te maken…
Albert, een welstellende aannemer, viert er samen met
zijn zonen Patrick en Tom, zijn schoondochter Stephanie en met Cindy, het nieuwste liefje van Tom,
de verjaardag van zijn vrouw Irene.
Onder invloed van wijn, pousse-café en andere speciale “specialiteiten”,
geraakt de familie haar dunne laagje beschavingsvernis kwijt
en komen de oude vetes, recentere problemen en communicatiestoornissen ongenadig aan het licht.

Alan Ayckbourn zou Alan Ayckbourn niet zijn
als hij ook hier niet goochelt met de tijd:
met Albert en Irene blijven we in “het heden” op de avond van het verjaardagsfeestje,
met Stephanie en Patrick gaan we “sprongsgewijs” twee jaar verder in de “toekomstige tijd”
en om het helemaal ingewikkeld te maken
gaan we met Tom en Cindy “stapsgewijs” twee maanden terug in de “verleden tijd”…
Calvinu en zijn verschillende kelners blijven gelukkig “dezelfde”!

"Om nooit te vergeten".....
een schitterende komedie met een voyeuristisch tintje …
om nooit te vergeten!!


ALAN AYCKBOURN

Alan Ayckbourn, geboren in 1939 in een Londense voorstad,
is een theaterbeest in hart en nieren.
Al van in zijn schooltijd had de theatermicrobe hem te pakken
en eens afgestudeerd, wijdde hij zich volledig aan deze grote liefde.
Eerst als acteur en regisseur in Oxford, Stoke-on-Trent en later in Scarborough.
Hier werd hij lid van het "Library Theatre" .
Zijn eerste twee zelfgeschreven stukken werden een flop en Alan besloot met het schrijven op te houden.
Hij vond werk bij de BBC en regisseerde er vooral luisterspelen.
Hieruit putte hij zoveel ervaring dat hij, na enkele jaren, wéér zélf gaat schrijven.

Het eerste succes komt er in 1967 met "Slippers".
Drie jaar later wordt hij directeur en artistiek leider van het “Library Theatre”.
Al zijn volgende stukken worden daar gecreëerd, in eigen regie, meestal in een “en rond”- opstelling.
Alléén de daar succesvolle stukken worden achteraf ook in Londen opgevoerd.

Alan Ayckbourn heeft, tot nu toe, meer dan 40 stukken op zijn actief.
De meest bekende zijn "Liefde half om half","Slippers","Bedden",
"Verwarringen","Driemaal Kerstmis" en de trilogie "The Norman Conquest".

De meeste van zijn stukken worden gekenmerkt door een ingenieus ontwikkelde plot
waarin hij vertrekt vanuit een door hemzelf bedachte "onmogelijke toneelsituatie".
Tijd en ruimte worden op het toneelplateau meesterlijk verweven.

Alan Ayckbourn is ongetwijfeld één van de meest productieve toneelauteurs van de laatste decennia.
Men vergelijkt hem met Feydeau, Tjechov, Pinter en Woody Allen.
De schrijver van "ordinaire komedies" is de laatste jaren tot een respectabele kunstenaar gepromoveerd.
In zijn stukken is een duidelijke evolutie waarneembaar.
Hij ontwikkelde zich van een banale blijspelauteur
tot iemand die minutieus de schrijnende en belachelijke aspecten van onszelf en onze omgeving portretteert.
Humor als een therapeutische, bevrijdende reflex op de pathologie van onze kleine kantjes en zielige schijnvertoningen.
Naar Ayckbourn kijken is zich vrolijk maken om de bekrompenheid en de eigenwijsheid van de medemens,
maar tegelijk kan je niet ontkomen aan het gevoel
dat je om jezelf zit te lachen.....


Foto's
Startpagina







"VERLOREN ERF" - 2010

Een wrange tragedie van Sam Shepard



HET VERHAAL

‘Buried Child’
Een dor en onvruchtbaar maïsveld.
Een vervallen en claustrofobisch erf.
Een familie van vernielde hoop en verloren dromen.
Eén tragische fout in het verleden houdt ze in een dodelijke greep.
Achtervolgd
door een ‘diep begraven donker geheim’,
als een woekerende kanker,
op weg naar hun totale ondergang.
Een beschadigde wereld
gekleurd door
schuld, angst, haat en obsessie.
Een horroroord van
leugens, geweld, verboden verlangens en moord.
Maar misschien is er nog hoop…..

‘Buried Child’,
een mysterieuze komische tragedie,
graaft gruwelijk
diep
……

‘Buried Child’
is geen zorgvuldig gestructureerd verhaal.
Het is een multigelaagd stuk,
rijk aan symbolen en thema’s die belangrijker zijn dan de verhaallijn op zich.
Het is een geheel van clusters van “gefragmenteerde” beelden.
Een verzameling van deeltjes en stukjes die rond het centrale thema heen cirkelen.
Een collageachtige constructie.
Contradicties die vragen oproepen.
Geen oplossingen.
Aan de toeschouwer om de puzzelstukjes in elkaar te laten passen…


SAM SHEPARD

Sam Shepard (Fort Sheridan, Illinois, 5 november 1943) is een Amerikaans acteur, scenarist en toneelauteur.
Hij werd voor zijn bijrol in The Right Stuff genomineerd voor een Academy Award
en voor zijn hoofdrol in Dash and Lilly voor zowel een Emmy Award als een Golden Globe.
Shepards geschreven werk is dikwijls brutaal en absurdistisch.
Hij acteert zowel op het toneel als in films.
Shepard werd geboren als Samuel Shepard Rogers III. Hij werkte als tiener op een ranch.
Zijn vader Samuel Shepard Rogers VI was een leraar, landbouwer en bommenwerperpiloot in de Tweede Wereldoorlog.
Zijn moeder was een lerares afkomstig uit Chicago.
Na zijn middelbare school volgde Shepard kort hoger onderwijs, maar stopte om bij een reizend theater te gaan.
Hij ontsnapte aan de dienstplicht voor Vietnam door zich voor te doen als een heroïneverslaafde.
Hij was drummer bij de rockgroep Holy Modal Rounders.

Shepard hield zich erg bezig met de off-off-Broadway-theaterscene in New York vanaf zijn negentiende.
Hoewel zijn stukken op meerdere plaatsen gespeeld werden, was hij het meest verbonden aan het Theatre Genesis.
Af en toe speelde hij zelf toneel, maar tot de late jaren 70 hield hij zich het meest met schrijven bezig.
Hij schreef vooral voor het theater, maar ook voor het scherm,
zoals voor Me and My Brother (1968) en Antonioni's Zabriskie Point (1970).
Zijn vroege sciencefictionstuk The Unseen Hand beïnvloedde de Rocky Horror Show van Richard O'Brien.
Hij verbleef drie jaar in Engeland en verhuisde dan naar de San Francisco Bay Area.
Bekende werken uit die tijd zijn Buried Child, Curse of the Starving Class in 1978,
True West in 1980 en A Lie of the Mind in 1985.
Hij werkte ook samen met Bob Dylan, eerst met de surrealistische film Renaldo and Clara
en later met de 11 minuten durende song "Brownsville Girl", van het album Knocked Out Loaded uit 1986.
Shepard begon zijn acteercarrière pas echt toen hij als knappe maar ongelukkige landeigenaar
speelde in Days of Heaven van Terrence Malick (1978), met als medeacteurs Richard Gere en Brooke Adams.
Dit leidde tot meer belangrijke rollen, zoals zijn vertolking van Chuck Yeager in The Right Stuff,
die hem een Oscar-nominatie opleverde in 1984.
In 1986 werd een van zijn stukken, Fool for Love, verfilmd door Robert Altman;
zijn stuk A Lie of the Mind speelde op Broadway met veel bekende acteurs zoals Harvey Keitel en Geraldine Page;
In de loop der jaren heeft Shepard veel lesgegeven over het schrijven van toneelstukken
en andere aspecten van het theater, in allerlei workshops, festivals en universiteiten.
In 1986 werd hij verkozen als lid van The American Academy of Arts and Letters.
In 2000 toonde Shepard zijn dankbaarheid aan het Magic Theatre
door zijn stuk The Late Henry Moss als benefiet in San Francisco op te voeren.
De cast bestond onder andere uit Nick Nolte, Sean Penn, Woody Harrelson, en Cheech Marin,
en de vertoning was drie maanden aan een stuk uitverkocht.
In 2007 speelde Shepard banjo op de cover door Patti Smith van Smells Like Teen Spirit van Nirvana op haar album Twelve.

“Buried Child” werd geschreven in 1978 en ging in première in het Magic Theatre in San Francisco.
Hij verdiende er in 1979 de Pulitzerprijs voor drama mee.
Het is het tweede stuk van een trilogie familiedrama’s,
samen met ‘The Curse of the Starving Class’ (1976) en ‘True West’ (1980).
Shepard herbewerkte het in 1996. Deze tweede versie ging in première bij de Steppenwolf Theatre Company in Chicago.
‘Buried Child’ is literair te vergelijken met ‘The Homecoming’ van Pinter en ‘Desire under the Elm’ van O’Neill.
Het stuk bevat heel wat autobiografische elementen:
Shepard’s grootvader had een boerderij in Illinois, Dodge is een naam die voorkomt in de Shepardfamilie,
zijn vader was alcoholist, een oom had een houten been en een andere stierf in een motel op zijn huwelijksnacht.


Foto's
Startpagina







"PASSIES" - 2010

Een wrange relatiekomedie van Peter Nichols



HET VERHAAL

Passies is het verhaal van John en Ellen
Hun huwelijk dobbert al een tijdje op de golven van de routine, tot Katja in hun leven verschijnt.
Ze richt haar veroverende blik op John en weet hem al snel te strikken.
Agnes, een vriendin van Ellen, ontdekt toevallig hun verhouding.
Ze is verbitterd en op wraak belust omdat Katja er vijf jaren geleden met haar echtgenoot vandoor ging.
Het kost haar dan ook geen enkele moeite om met verholen leedvermaak de niets vermoedende Ellen in te lichten.

Maar Passies neemt geen genoegen met een driehoek,
het maakt gulzig gebruik van een vijfhoek.
Nichols hanteert deze geometrische figuur als een verfijnd instrument om twee personages, Jo en Nell, aan het geheel toe te voegen.
Ze fungeren als de alter-ego’s van John en Ellen.
Dank zij hen dringen we binnen in de gedachtewereld van deze twee personages.
Gaandeweg krijgen ze meer autonomie en op een subtiele wijze verhogen ze de soms hoog oplopende emoties.

Met een schitterend verhaal, intelligente dialogen en interessante personages
weet Peter Nichols het eeuwenoude thema van ontrouw op meesterlijke wijze in een nieuw, (lente)fris kleedje te steken.
Passies is een intrigerende, verrassende en meesterlijk geschreven relatiekomedie
over liefde, leugens, bedrog, overspel en hartstochtelijke passie....


PETER NICHOLS

Peter Nichols werd geboren op 31 juli 1927 in Bristol.
Hij kreeg een opleiding aan de Bristol Old Vic Theatre School.
Na zijn militaire dienst in het Verre Oosten, werd hij beroepsacteur en later leraar in Londen.
In zijn vrije tijd schreef hij televisiespelen en toen de BBC besloot om twee van zijn werken te produceren,
begon hij ook voor het theater te schrijven.
Grote bekendheid verwierf Nichols met zijn stuk A day in the death of Joe Egg (nominatie Broadway's Tony Award, 1968).
Naast Passion Play/ Passies (1981) schreef hij nog
The national Health (1969), Forget-me-not-lane (1971), Chez nous (1974), The Freeway (1974),
Privates on Parade (1977), Born in the gardens (1980), Poppy (1982), A Piece of My Mind (1987),
Blue Murder (1995), So Long Life (2000) en Nicholodeon (2000)


Foto's
Startpagina







"HET GEHEUGEN VAN WATER" - 2009

Een zwarte komedie van Shelagh Stephenson



HET VERHAAL

Drie zussen, drie stapels met herinneringen.
Twee mannen, gevangen in die stapels, niet wetend hoe te ontsnappen.
Een moeder, die er, terwijl ze dood is, nog steeds doorheen sijpelt.

Gevormd door die herinneringen staan ze hier,
in de slaapkamer van moeder,
aan de vooravond van haar begrafenis.
In al hun kwetsbaarheid dragen ze de demonen uit hun verleden en vechten voor een eigen plek.
Meegesleept door cynisme, schuldgevoelens en zelfmedelijden,
in een emotionele achtbaan waar je u tegen zegt.

Herinneringen, vertekend en verkleurd, worden op tafel gelegd.
Of liever gezegd, op bed.
Er wordt mee gegooid, gestoken, gedanst, gelachen, gehuild…..

Centraal thema in “Het geheugen van water” is de kwetsbaarheid die kan ontstaan door vertekende (jeugd-)herinneringen.
De slaapkamer van moeder roept die herinneringen op en versterkt ze.
Voor de drie zussen, die emotioneel uit de bocht dreigen te gaan,
zijn het beladen herinneringen en oud zeer.
De relaties tussen de moeder en haar dochters en tussen de dochters onderling worden vooral bepaald door twee elementen:
schuld en herinnering.
Een belangrijk deel van die schuld, komt voort uit het verleden.
Zodoende dat de herinnering, en meer specifiek het geheugen, een essentieel aandeel heeft
in de bepaling wie waaraan schuldig is, wat waar is en wat echt gebeurd.
Maar die herinneringen blijken voor elk van hen verschillend.
De drie zussen hebben hun gezamenlijk verleden op hun eigen manier geïnterpreteerd.

Onder invloed van drank en drugs hebben zij de neiging, met veel venijn en scherpe tongen,
de anderen, inclusief hun overleden moeder, verantwoordelijk te stellen
voor hun verleden en hun eigen huidige ongeluk en onvermogen tot het onderhouden van relaties.
Het zijn vrouwen die moeite hebben in hun relaties met mannen en geen raad weten om daar mee om te gaan.
Het gaat om vrouwen die vooral ook moeite hebben met zichzelf.

“Het geheugen van water” laat ons deelgenoot zijn van een zoektocht van mensen naar hun geluk.
Zichtbaar wordt hoe mensen vast zitten, hoe ze hun toekomst laten bepalen door hun verleden.
Maar soms is het mogelijk je toekomst opnieuw te schrijven….
En vul je dan het water met haat of…met liefde?

In scherpe dialogen vol geestige teksten en tere emoties op het doodsbed van hun moeder,
wordt een prachtig portret geschetst van drie verschillende vrouwen,
die in hun onvermogen om gelukkig te zijn
worstelen met schuldgevoelens, onderlinge verwijten en moeizame relaties.
In het zoeken naar troost, in het verlangen naar liefde
en in het oprakelen van de meest verschrikkelijke gebeurtenissen en geheimen uit het verleden,
worden op een fascinerende manier menselijke tragiek en intelligente humor met elkaar verweven.

“Het geheugen van water”is een zwarte komedie,
tegelijkertijd wrang en ontroerend, hilarisch en beklemmend.


SHELAGH STEPHENSON

Shelagh Stephenson (Northumberland, 1955) studeerde drama aan de universiteit van Manchester.
Als actrice sleet ze tien ‘ongelukkige en nutteloze jaren’,
voordat ze zichzelf beloofde alleen nog maar te doen wat ze altijd al had gewild:
schrijven.
Ze hield voet bij stuk, al werd ze ‘armer dan een kerkrat’.
Als de BBC Radio in haar eerste jaren als schrijfster-in-de-dop
niet zo nu en dan een hoorspel van haar had uitgezonden,
had ze het nooit gered.
Tot haar luisterspelen behoren ondermeer “Darling Peidi”, “The Anatomical Venus” en “Five Kinds of Silence”,
waarvoor ze uiteindelijk de Writers' Guild Award en de Sony Award for Best Original Drama won.
Tot een echte doorbraak kwam het pas met haar eerste theaterstuk, “The Memory of Water”,
dat zijn première kende in het Hampstead Theatre ( London, 1996).
Ze won er de Laurence Olivier Award for Best Comedy mee.
Haar volgende toneelwerk, “An Experiment With An Air Pump”, werd gecreëerd in het Royal Exchange Theatre (Manchester, 1998)
en won de Peggy Ramsay Award.
Later volgden nog “ Ancient Lights” (2000), “Mappa Mundi “(2002) en “Enlightenment” (2005).

Oorspronkelijk was het de bedoeling om “The Memory of Water” te situeren rond een familiereünie,
meer specifiek rond een verjaardagsfeestje.
Al schrijvend veranderde ze echter de setting naar een begrafenis.
Deels omdat haar moeder in die periode overleed,
maar vooral omdat dit haar meer mogelijkheden bood om humor en absurdisme met elkaar te shaken
tot een heerlijke cocktail van melk en wodka.


Foto's
Startpagina







"PAK DE POEN" - 2009

Een verwarrende komedie van Ray Cooney

Gouden Meeuw Beste productie, West-Vlaanderen - 2009
Nominatie Gouden Meeuw Beste regie


HET VERHAAL

Alain en Sylvie verwachten hun vrienden Véronique en Jean-Philip voor een etentje.
Alain komt echter volledig van de kaart thuis van zijn werk:
hij heeft per vergissing het verkeerde koffertje meegenomen op de bus.
Maar bij nader inzien had hij het niet beter kunnen treffen, want hij is op slag miljonair.
Hij wil zo snel mogelijk met het geld naar de noorderzon vertrekken en een nieuw leven beginnen,
maar Sylvie ziet dat niet zitten.
Al snel leidt het eerste leugentje om bestwil tot een onontwarbaar kluwen van hilarische misverstanden.
Zet daarbij nog twee rechercheurs, een ongeduldige taxichauffeur en…. de eigenaar van het koffertje
en je krijgt een dolle avond boordevol persoonsverwisselingen en onverwachte wendingen!

“Pak de poen!”
Een komedie met veel humor, veel verwikkelingen en veel vaart...


RAY COONEY

Ray Cooney wordt geboren in Londen in 1932.
Hij begint zijn loopbaan in 1946 bij het Palace Theatre als jonge knaap in het stuk "Song of Norway".
Na een zwerftocht doorheen verscheidene toneelgezelschappen,
komt hij in 1956 terecht bij het Brian Rix's gezelschap in het Whitehall Theatre.
Hier begint hij een carrière als schrijver en produceert hij niet minder dan 17 toneelstukken.
Tot zijn meest bekende behoren o.a. "One for the Pot" (samen met Tony Hilton),
"Not Now Darling" en "Move Over Mrs Markham" ("Maak plaats, mevrouw")(beiden samen met John Chapman),
"Why Not Stay For Breakfast?" en "Funny Money".

Daarnaast blijft hij actief als producent en regisseur in meer dan 30 andere theaterproducties,
waaronder "Chicago", "Children of a Lesser God" en "Whose Life is it Anyway?"

In 1983 richt hij in Londen het "Theatre of Comedy Company" op en wordt er artistiek directeur.
Tot op heden produceert hij hiermee een twintigtal producties met acteurs zoals Peter O'Toole en John Thaw.
Gedurende die periode vindt hij tevens nog tijd om te blijven acteren.
In 1960 waagt hij zich zelfs aan een film "The Hand".
Het script schrijft hij samen met Tony Hilton en beide nemen tevens een acteursrol op zich.

Ray Cooney wordt vandaag nog steeds erkend als de “meesterschrijver van de komedie”.
Zijn stukken werden vertaald in meer dan 40 talen, waaronder het Chinees, het Japans en het Russisch.
Ze worden over de gehele wereld met heel veel succes gespeeld.


Foto's
Startpagina







"A LIE OF THE MIND" - 2008

Een aangrijpend drama van Sam Shepard


HET VERHAAL

“Met geweld samen blijven, niet los geraken en banden verbreken
Overleven in een eigen wereld, verroesten in eigen nest
Oogsten wat men zaait
Elkander kennen en geen deel van de familie willen zijn
De familie die gelijktijdig voedt en vernietigt
Strijd en tegenstrijd, kapot maken en willen lijmen
Alleen terug moeten en alleen willen vertrekken
Samen zijn met feestdagen gelijk vreemden
Mannelijk en vrouwelijk, nodig en niet nodig
De ondraaglijke lichtheid van het bestaan
Nood aan een ander en in uzelf blijven zitten
Zwakbegaafde wijven en hersens die zichzelf genezen gelijk ons vel
Elkander op de huid zitten en iemands voeten insmeren
De verroeste familie smeren en olie op het vuur……”

“A Lie of the Mind” gaat over een universeel verlangen:
de zoektocht van de mens naar liefde en naar de zin van zijn bestaan.
Zonder liefde geen identiteit.
De enige plek waar we in principe zouden kunnen groeien en waar we ons zelf zouden kunnen zijn, is bij hen die van ons houden.
Dat is onze houvast.
Als we dat elkaar zelfs in gezinsverband niet meer gunnen, dan krijgen we gedeformeerde mensen.

Het stuk neemt je mee op een donkere dag in de huizen, hoofden en harten van twee verscheurde en totaal wereldvreemde “zieke” mensengroepjes,
die instinctief in hun eigen leefwereld van scheefgetrokken emoties, broeierige passies, gezwollen aders,
onregelmatige hartkloppingen en kolkende buikgeluiden leven.
Het toont ons de tragiek van mensen die samen een vorm hebben gevonden waarin ze met elkaar omgaan,
maar daarbij steeds hun “gedachteleugen” koesteren zodat ze de consequenties van de verschrikkelijke waarheid niet hoeven te dragen
en daarbij hun noodlot opzoeken, onwetend van een uitweg.
Voor hen bestaat er slechts vuur of ijs: binnenblijven in een brandende blokhut of bevriezen in een verblindende sneeuwstorm.
Beide alternatieven even onmogelijk….

“Een arend stort zich naar beneden en neemt in zijn vlucht een kat mee de lucht in.
Ze vechten. Ze vechten als gekken in het midden van de lucht.
De kat slaat haar klauwen uit en de arend probeert haar te laten vallen. Maar de kat laat niet los.
Ze weet dat ze zal sterven als ze naar beneden valt…”


SAM SHEPARD

Het is niet verrassend dat de zoektocht naar identiteit centraal staat in het werk
van iemand die tijdens een busrit naar New York zijn eigen naam op 19 jarige leeftijd heeft laten veranderen
van Steve Rogers naar Sam Shepard .
Nog geen jaar later zag hij zijn eerste eenakters in première gaan
en won hij de eerste van zijn in totaal 10 "Obie Awards* voor de eenakters “Chicago”, “Icarus’s mother” en “Red Cross”.

Sam Shepard (1943) is zonder twijfel één van de meest vooraanstaande Amerikaanse toneelauteurs.
Hij heeft inmiddels méér dan veertig toneelstukken op zijn naam staan.
Voor "Buried Child" (1979) werd hem de Pullitzerprijs toegekend.
Hij was ook betrokken bij de scenario's van films als "Zabriski Point" en "Paris, Texas" (Palme d’Or in Cannes).

Zijn werk vertoont invloeden van de toneelschrijver Beckett en de regisseur en docent Joseph Chaikin.
Sam Shepard is gefascineerd door het vervagende ‘Westen’ van Amerika.
In zijn werk staan over het algemeen cowboy-achtige zwervers, aan lager wal geraakte rocksterren
of anderen die op het randje van de afgrond leven centraal,
bijna als metaforen voor het verdwijnen van de bestaande wereld.
Ze zijn op zoek naar een identiteit.
Ze wantrouwen de buitenwereld maar ze worden desondanks voortdurend belazerd.
Een lap woestijngrond wordt hen afgeschilderd als een prachtige belegging en ze geloven het.
Ze proberen de situatie meester te worden maar het lukt ze niet.

Zijn stukken verwijzen naar allerhande symbolen en iconen uit de Amerikaanse cultuur.
Opmerkelijk genoeg is Shepard bij het "grote" publiek vooral bekend als acteur van personages
die juist zo een symbolische uitstraling hebben.

Hij speelde in méér dan veertig film- en televisieproducties en werd onder andere genomineerd
voor een Oscar voor de rol van de legendarische testpiloot Chuck Yeager in "The Right Stuff".
Zijn partner is de actrice Jessica Lange.

Shepard is ook geen onbekende in de rock'n'roll-scene.
Hij deelde een flat met de zoon van Charlie Mingus, had een verhouding met rockdichteres Patti Smith
en werkte onder andere samen met Bob Dylan.
Zijn vroegste werk, uit de jaren zestig, is doorspekt met verwijzingen naar de rockcultuur
en werd door Shepard zelf wel omschreven als een jamsessie.
Hij is overigens geen onverdienstelijke drummer.

Het stuk "Curse of the starving class" dateert uit 1976.
Het is het eerste van het drietal familyplays (gevolgd door het prijswinnende "Buried Child" en "True West").

"Bloed" is in veel opzichten typerend voor Shepards werk.
Het vertoont autobiografische elementen, in het bijzonder in de persoon van de vader.
Shepards vader was een piloot en een alcoholist met een licht ontvlambaar karakter,
die al op jonge leeftijd de familieboerderij moest zien te runnen.
Deze vaderfiguur duikt regelmatig op in het werk van Shepard.

In een interview in 1986 beschreef Shepard hoe hij boven de woestijn eens een havik had gezien
die werd achtervolgd door een stel kraaien.
Hij identificeerde zich sterk met de havik en zag maar één manier om te ontsnappen:
"Outfly them. Avoid situations that are going to take pieces of you. And hide out."


Foto's
Startpagina







"REPLAY" - 2008

Een romantische komedie van Woody Allen


HET VERHAAL

Tom, filmcriticus met een immense passie voor het witte doek, is onlangs gescheiden van Nancy.
Uit onmacht en al dagdromend zoekt hij dan maar steun bij één van zijn grote idolen,
de orka onder de ladykillers, Mr. Humphrey Bogart.
Helaas geeft “Bogey” hem niet altijd de meest succesvolle adviezen via zijn romantische strategie……!.

Gelukkig zijn er ook nog de vrienden!
Frank en Linda trachten troost te bieden
en nemen hem op sleeptouw doorheen een waaier van afspraakjes met mooie vrouwen.
Niet zo eenvoudig, want Tom ziet er niet echt aantrekkelijk uit
en wordt bovendien heel onzeker en klunzig in de nabijheid van een vrouw.

Tom trekt steeds meer op met Linda.
Frank is immers zo gedreven in zijn werk dat hij zijn vrouw verwaarloost.
Na een tijdje komt Tom tot de conclusie dat hij zich eigenlijk alleen maar bij Linda op zijn gemak voelt.
Ook Linda beschouwt hem als haar grote platonische vriend...
Maar kan platonische liefde blijven bestaan?

Tom wordt, zowel in zijn hallucinante droombeelden als in realiteit,
overspoeld door tegenstrijdige gevoelens.
Mag hij zich overgeven aan deze liefde of moet zijn vriendschap voor Frank primeren?
Moet hij zijn hart volgen of zijn verstand laten spreken?
Het vakkundige oog van Bogart vindt dat hij alles op alles moet zetten…..

"Play it again, Sam" is in de eerste plaats een hommage van Woody Allen
aan de legendarische film "Casablanca" uit 1942,
met in de hoofdrollen Humphrey Bogart en Ingrid Bergman.
Allen volgt in zijn toneelstuk de hoofdintrige van deze film vrij nauwkeurig.
Het grote verschil met de film is echter dat, daar waar de film baadt in een cynische en pessimistische atmosfeer
Allen gekozen heeft voor een lichtvoetige, speelse aanpak van de thematiek.

“Replay” is een hilarische, romantische komedie
over hoe een gevoelige man de ideale vrouw zoekt waar hij zo naar hunkert…...


WOODY ALLEN

Woody Allen (pseudoniem van Allen Stewart Konigsberg) werd geboren op 1 december 1935 in New-York,
als zoon van een Letlandse prins, die na een razzia tegen de joden naar Amerika emigreerde.
Woody's ouders waren religieuze Joden, waardoor de jonge Woody acht jaar de Hebreeuwse school volgde.
Toen hij eenmaal een puber was, verhuisde hij naar Midwood High.
Als kind al leidde Woody aan anhedonia.
Dit is een psychologische reactie op gebeurtenissen, die maakt dat men niet in staat is ergens van te genieten.
In zijn vrije tijd hield Woody zich bezig met goochelen, zijn klarinet en het beluisteren van jazz-platen.
Al vrij snel echter bleek dat hij zeer goed kon schrijven. Dat was het enige wat hij leuk vond aan de school.
Nog voor hij afstudeerde verloor hij zijn hart aan het theater.
Woody's grappen en grollen trokken de aandacht van David Alber, die de moppen en one-liners onderbracht in krantencolumns.
Op dat moment was hij nog maar vijftien jaar.
De jonge Allen maakte op vele mensen een grote indruk,
zodat hij als zeventienjarige door NBC als bureauredacteur aangesteld werd
en de teksten voor Peter Lind en Herb Skriner mocht schrijven.
Op negentienjarige leeftijd werd Woody van de New York University en het City College weggestuurd.
Nog in dat jaar trouwde hij met Helen Rosen en begon aan een Writer Developmentprogramma van NBC mee te werken.
Toch zegt hij al vrij snel zijn baan als tekstschrijver op en begint voor 150 dollar per week te werken als conférencier.
Ondertussen schreef hij parodieën voor Playboy en The New Yorker,
wist hij enkele Broadwaytoneelstukken naar succes te loodsen
en zag hij hoe zijn eerste gewaagde filmexperimenten een nationaal publiek vonden.

Naast zijn enkele toneelwerken (waaronder “Play it again, Sam”-1969),
werd Woody Allen bij het ruime publiek vooral bekend door zijn films, waarin hij vaak zelf als acteur te zien is.
Tot de bekendste behoren:
“Scoop” (2006), Match Point (2005), Melinda and Melinda (2005), Anything Else (2003), Curse of the Jade Scorpion (2001),
Small Time Crooks (2000),Wild Man Blues (1998),Scenes From a Mall (1991), Celebrity (1998),Deconstructing Harry (1997),
Everyone Says I Love You (1996), Mighty Aphrodite (1995),Bullets Over Broadway ( 1994),Manhattan Murder Mystery (1993),
Husbands and Wives (1992), Shadows and Fog (1992), September (1987), Another Woman (1988), Radio Days (1987),
Hannah and Her Sisters (1986), The Purple Rose of Cairo (1985), Stardust Memories (1980), Manhattan (1979), Interiors (1978),
Annie Hall (1977), Play it again, Sam (1972), Everything You Always Wanted to Know About Sex (1972), What's New, Pussycat (1965).

Zijn wereld en films worden bevolkt door goedaardige maar hulpeloze en hopeloos neurotische (joodse) intellectuelen
die wanhopig op zoek zijn naar zichzelf en naar echte, zinvolle communicatie
temidden de hectische en onverschillige heksenketel van New Vork City, the Big Apple.
De hoofdpersonages proberen hun eenzaamheid, frustraties en onaangepastheid te verbergen
achter een scherm van (pseudo-) filosofisch, artistiek en/of psychologisch-psychiatrisch geleuter
waarbij Prozac, Valium en andere antidepressiva nooit ver uit de buurt zijn.

Hoewel Allens thema's altijd hetzelfde zijn, is de vorm zeer variërend.
Hij heeft zo ongeveer elk genre gebruikt: van sciencefiction tot musical, van docudrama tot film noir.
Met succes maakte hij van zijn grootste zwakte zijn sterkte:
de stereotype van de schriele, joodse neurotische intellectueel.
Vaak vertolkt hij in zijn films zelf die rol, omringd door een schare van wereldsterren.
Door de bevreemdende mix van absurdistische humor, slapstick, seks, George Gershwin,
freudiaanse psychoanalyse, jazz met New York City als decor,
krijgen zijn films vaak het stempel "intellectualistisch".
Hoewel ze door de jaren heen een trouw publiek bleven trekken, zijn het nooit monstersuccessen geworden.
Door critici - zijn films zijn altijd meer geliefd gebleken in Europa (vooral Frankrijk) dan in zijn thuisland -
worden de tien jaar vanaf Annie Hall (1977) als zijn creatieve piekperiode gezien.
Het decennium erna sloeg hij meer de bittere toon van de door hem bewonderde Ingmar Bergman aan in relatiedrama's
waardoor zijn op comedy en slapstick beluste publiek afhaakte.
De laatste tien jaar worden zijn films weer wat lichter en meer verteerbaar.

Naast zijn oeuvre is ook zijn privéleven veelbesproken.
Hij heeft verhoudingen gehad met twee van zijn vaste actrices, Diane Keaton en Mia Farrow,
en in 1997 is Woody Allen getrouwd met Soon-Y Previn,
de geadopteerde dochter van Mia Farrow en diens tweede man André Previn.

Ondanks alles blijft de gebrilde, roodharige zenuwpees meer films maken dan God kan bekijken.


Foto's
Startpagina






"DE WINTER ONDER DE TAFEL" - 2007

Een sprookje voor volwassenen van Roland Topor

Geselecteerd als Landjuweelwaardig voor het Koninklijk Landjuweel, Gent - 2008
Geselecteerd voor het Festival van het Amateurtheater van de stad Gent - 2008
Tweede categorie Provinciaal klasseringstoernooi


HET VERHAAL

“Il était une fois un petit cordonnier émigré
qui louait le dessous de table d’une jolie traductrice fauchée... “

De jonge, bevallige Florence Michalon werkt in haar appartement
aan een romanvertaling van de beroemde Oost-Europese schrijver Zolozol.
Het is niet eenvoudig rond te komen van dit werk,
maar gelukkig heeft zij een tweede bron van inkomsten: onderverhuur.
Florence is echter maar klein behuisd, dus de enige plek die hiervoor in aanmerking komt,
is een paar vierkante meters onder haar werktafel.
Daar woont nu Dragomir, een arme Oost-Europese asielzoeker en schoenlapper.
Nadat hij al in een holle boomstam woonde, in een chauffageketel en zelfs in een familiegraf op het kerkhof,
vindt hij nu onderdak bij Florence.

En die winter lacht het leven hem toe.
Hier zal hij zich nestelen alsof het een paradijs was.
Hij slaapt er warm, kookt er, doet er zijn gymnastiekoefeningen en werkt er,
er op lettend dat hij de benen van juffrouw Michalon niet raakt.
Overigens heel mooi die benen…...

En die knieën!
Ronde knieën, zacht.
Als ze tegen elkaar zijn, zou je zeggen, borsten…
Als zij ze uit elkaar doet, dan zijn het net de armleuningen van een zetel….
En wat vertellen ze veel!

Maar Dragomir is voor alles een gentleman.
Tussen hen is het eerder dat onvertaalbaar en ondefinieerbare woord
“trom”,
dat langzamerhand de ganse ruimte zal vullen en het begin zal zijn van een idylle …...
Tot een macho uitgever, de beste vriendin van Florence en een tweede immigrant hun intrede doen….

“De winter onder de tafel” behandelt subtiel thema’s als
gastvrijheid versus egoïsme en territoriumbewaking, vertrouwen versus angst,
eenvoud versus materialisme, droom versus werkelijkheid en eenzaamheid versus geborgenheid.

“De winter onder de tafel”
is een poëtische en romantische komedie vol tederheid en levensvreugde,
een melancholische en een tegelijk komische vertelling,
een verhaal over mensen die op zoek zijn naar een (t)huis….

Een sprookje met een hoog “trom"-gehalte!


ROLAND TOPOR

Roland Topor werd op 7 januari 1938 in Parijs geboren
als zoon van joodse immigranten die uit Polen naar Frankrijk waren gevlucht
uit angst voor het naziregime.
In Parijs studeerde hij aan de kunstacademie en werkte hij mee aan het tijdschrift “Hara-Kiri” (1960-1986),
dat bekend stond om zijn anarchisme en zijn bizarre humor.
In 1962 richtte hij samen met enkele andere kunstenaars, waaronder Arrabal, Jodorowski en Sternberg,
de “Académie Panique” op,
een beweging die op een provocerende manier vorm wilde geven aan politieke en maatschappelijke thema’s.

Bij het grote publiek is Roland Topor vooral bekend
vanwege zijn lugubere tekeningen (dessins paniques), schilderijen en litho’s.
Zijn grafisch werk werd tentoongesteld over de hele wereld.

Minder bekend is, dat hij ook actief was als schrijver van surrealistische korte verhalen
en dat hij zich intensief bezighield met film en theater.
Hij acteerde, schreef toneelteksten en scenario’s, regisseerde, maakte tekenfilms en ontwierp decors.

Zijn kijk op het leven combineert melancholie en zachtmoedigheid met provocatie en satire.
Zijn werken worden meestal als absurd geclassificeerd,
maar het absurde in zijn werk is allerminst cryptisch:
het zijn karikaturale uitvergrotingen (satire) en uitdagende omdraaiingen (ironie).
Beroemd werd de verfilming van zijn roman “De huurder” (1976) door Roman Polanski.

Tot aan zijn dood bleef Topor bezig de wereld te verbazen met zijn lugubere en tegelijk humoristische invallen.
Nog in 1991 ontstond er hevige opschudding in Parijs vanwege de affiche
die Topor had ontworpen voor zijn toneelstuk “De baby van meneer Laurent”.
De affiche toonde een aan een deur vastgespijkerde baby.

Hij ontving verschillende prijzen waaronder
“Le prix Honoré”, “Le Grand Prix National” en “Le Prix Industrial Designer of the Royal Society of Arts de Londres”
Op 16 april 1997 overleed Topor aan een hersenbloeding in Parijs,
de stad die zijn leven lang zijn vluchthaven en zijn thuishaven was gebleven.

“De winter onder de tafel” schreef hij in 1994 naar aanleiding van het overlijden van zijn vader,
een geïmmigreerde Poolse artiest, die in Parijs schoenmaker werd om zijn gezin te onderhouden.
Het stuk kende in hetzelfde jaar zijn wereldcreatie in het Nationaltheater in Mannheim.
In 1996 – enkele weken voor zijn dood - regisseerde Topor het zelf bij de KVS Brussel
en ontwierp er ook de kostuums en het decor voor.
In het seizoen 2001-2002 bewerkte Peter De Graef het als kindervoorstelling voor Het Paleis – Antwerpen,
tot een ontroerend sprookje over liefde en vriendschap
In 2004 werd het stuk in Frankrijk gecreëerd in het Theatre de l’ Atelier in een regie van Zabou Breitman
en won er zes “Molières”,
waaronder die van beste productie, beste acteur (Dominique Pinon als Dragomir) en beste actrice (Isabelle Carré als Florence).


Foto's
Startpagina


"MARTINO" - 2007

Een schrijnend toneelspel van Arne Sierens

<
HET VERHAAL

We zitten in de darmen van de stad.
Sandwichbar Martino.
Dagboek bijna van vier nachten.
Volle coup de feu.

Een hoop onrustige zielen op zoek naar liefde.
Alex is een temperamentvolle knaap.
Eén jaar clean, met een nieuw lief, een dochter die hij nauwelijks ziet en een al even afwezige, depressieve vader in Spanje.
Patricia, zus en halve moeder, houdt de keet draaiende met een broer die gezeten heeft voor dealen
en een moeder die te zwaar is om de trap af te komen.
Ze doet er alles aan om niet single door het leven te moeten gaan.
Ze heeft ooit iets gehad met Benito, een ex-bokser achter het fornuis.
Benito zelf verdrukt dan weer zijn gevoelens voor Patricia.
Gaetan, een privé-chauffeur die een minister voortdurend naar zijn minnares pendelt, heeft een oogje op Evelyne,
dochter van een discotheekuitbater en verstrikt in een relatie met een Albanese portier.
De enige die de liefdesdans ontspringt, is Willy,
een taxichauffeur die als officieuze pater familias het geheel overziet en zich niet te beroerd voelt om soms bij te springen in de zaak.

Een wilde mix van maanzieke mensen die vastzitten en trippen, op zoek naar het ABC van de liefde.
Variaties van rechtkrabbelen, lucht verplaatsen, overdreven dingen forceren om nergens te geraken, crashen op hilarische wijze.

Een heftig kleurrijk fresco.
Een stroom van visioenen en verhalen over de Niagara-watervallen, schietende ex-lieven,
Oscar en Jeanine met haar dikke loezen, Maurice de Fluit, de trouweloze Mirko,
de urinetesten van Madame Everaert, de minister en zijn maîtresse en dat ge moet opletten met pilipili.

Kleurrijke gesprekken die cirkelen rond het banale, het flauwe, het schrijnende en het oprechte.
Heerlijk en scherp tegelijk, net zoals de echte sandwich MARTINO.

Grote schuldgevoelens, opgekropt verdriet en het verlangen naar een ander leven:
dat zijn de thema's die Sierens in dit micro-universum etaleert.

Snackbar Martino heeft bij momenten veel weg van een mierennest.
De personages die in de Martino rondlopen zijn van vele steden en tijden.
Vooral 's nachts is deze bar een transitplaats voor onrustige zielen. Het zijn wachtenden.
Ze mogen van het ene accident in het andere vallen, hun optimisme lijkt echter niet te breken.
Het is één lange metafoor over het onmogelijke leven en is vóór alles een oefening en strategie in overleven.

Het mooie aan die familie is dat niemand rust heeft: ze zitten daar, maar eigenlijk willen ze allemaal weg.
Al vijftig jaar zeggen ze: “we stoppen d’er mee”. Maar al vijftig jaar zitten ze daar. Ze kunnen niet anders.
Het is hun leven''.

Er is verdriet.
Er is geen oplossing.
Er is de stilte na de ontroering.
Er is de potentie van het eindeloze wachten.
Dat kan een troost zijn
Als je dat wil.

"Welkom in de Martino. Goeie mensen, harde werkers. Een beetje racist. Raymond, de vader, zeker.
Ze hadden hier in den tijd bij den basket ne grote zwarte neger, Marimba, die wou hier komen eten,
de garçons mochten hem niet bestellen:
'Zeg hem dat hij mijn broer heeft opgegeten!'"


ARNE SIERENS

Arne Sierens werd geboren op 15 augustus 1959.
Hij groeide op in de Brugse Poort, een arbeiderswijk in Gent.
Zijn verbondenheid met die wijk heeft een onmiskenbare stempel op zijn werk gedrukt.
Na zijn middelbare school volgde hij de opleiding regie aan het RITCS te Brussel, waar hij in 1981 afstudeerde.
Hij startte zijn carrière als regieassistent bij een aantal Gentse theaterhuizen (NTG, Arena, Arca).
Arne Sierens is vooral bekend als theaterauteur.
Toch ziet Sierens zichzelf in de eerste plaats als theatermaker en niet als auteur.
Het werk op de scène en de voorstelling zijn voor hem van essentieel belang.
Bij vele ensceneringen is hij betrokken geweest als regisseur of co-regisseur.

In 1982 richtte hij de theatergroep De Sluipende Armoede op.
Daar ging de creatie door van “De Soldaat-Facteur en Rachel “(1986/ De vierjaarlijkse Prijs voor Toneel van de Vlaamse Provinciën).
Een tweede belangrijk moment was de creatie van “Mouchette” (1990/ De Nederlands-Vlaamse toneelschrijfprijs en de Sabamprijs).
Van 1992 tot 1994 was hij huisschrijver van de Blauwe Maandag Compagnie.
In die context kwamen “Boste” (De prijs van de Vlaamse Gemeenschap), “Dozen” en het tweeluik “De drumleraar” en “Juffrouw Tania” tot stand.
Na zijn vertrek bij de Blauwe Maandag Compagnie vond hij een artistieke partner in choreograaf Alain Platel.
Samen maakten ze “Moeder & Kind” (1994/ De Hans Snoekprijs) en “Bernadetje” (1996).
Verder nog “Napels” (1997) en “De broers Geboers” (1998).

In 1998 ging Sierens voor het eerst sinds lang alleen regisseren: “Mijn Blackie”, een co-productie tussen HET PALEIS en het Nieuwpoorttheater.
In dat jaar won hij ook de Louis Paul Boon Prijs voor zijn totale oeuvre.
In 1999 schreef hij “Allemaal indiaan”.
In 2000 richtte hij het Gentse DASTheater op met als eerste productie “Niet alle Marokkanen zijn dieven”.
“Martino schreef hij in 2003.
In 2004 maakte hij “Maria Eeuwigdurende Bijstand” dat op het festival van Avignon stond en uitgebreid toerde door Europa.
Samen met de Nederlandse regisseuse Alize Zandwijk maakte hij in 2005 de produktie “Meiskes en jongens”
en finaliseert hij zijn eerste filmscenario “Dagen zonder lief”, dat in de zomer van 2006 werd gedraaid.
In november 2006 werd hem in Maastricht de Hustinxprijs voor Dramaschrijfkunst uitgereikt
als erkenning en hoge waardering voor zijn kwaliteiten als dramaschrijver.
In dat zelfde jaar richtte hij Cie Cecilia op. Hun eerste productie "Trouwfeesten en processen" kende de première in januari 2007.


Foto's
Startpagina




"MAAK PLAATS, MEVROUW" - 2006

Een spetterende komedie van Ray Cooney en John Chapman

HET VERHAAL

Philip Martens geeft, samen met zijn compagnon Henri Dedecker, kinderboeken uit
en brengt zijn avonden door met het lezen van de drukproeven.
Hij doet dit zo geconcentreerd, dat zijn vrouw Charlotte zich terecht verwaarloosd voelt.
Ze gooit zich dan ook vol overgave op de herinrichting van hun appartement,
bijgestaan door de excentrieke binnenhuisarchitect Alistair Stoffels.
Smoorverliefd op het Oostenrijkse au-pairmeisje Heidi Haüser,
zou Alistair graag samen met haar een avondje gebruik maken van de flat.

Maar er zijn die avond nog andere amoureuze afspraakjes gepland!
Ladykiller mijnheer Dedecker, met zijn laatste nieuwe verovering Brigitte Hemelsoet,
en de frivole mevrouw Linda Dedecker, met hààr minnaar Walter Windels,
staan ook te trappelen om met elkaar de slaapkamer in te duiken.
Drie “tortelduifkoppeltjes” samen dus op dezelfde avond in hetzelfde bed!!
Van overboeking gesproken!!

In die chaos valt de preutse juffrouw Marie Antoinette Desmeyter dan nog binnen,
de wereldberoemde schrijfster van “Woefwoef en kleine Woefer”.
Zij wil voortaan haar kinderboeken uitgeven bij Martens en Dedecker,
omdat haar vorige uitgever ook seksboeken uitgaf...!

Alles loopt compleet uit de hand!
Iedereen werkt zich uit de naad
om zich uit zijn of haar verwarde en netelige situatie te redden….
Een avond vol paniekerig heen en weergeloop, verschrikkelijke misverstanden,
turbulente verwikkelingen, knettergekke persoonsverwisselingen en onverwachte wendingen…

Een komedie op haar best
met heel veel gespetter
en heel weinig
....om het lijf!!!


RAY COONEY

Ray Cooney wordt geboren in Londen in 1932.
Hij begint zijn loopbaan in 1946 bij het Palace Theatre als jonge knaap in het stuk "Song of Norway".
Na een zwerftocht doorheen verscheidene toneelgezelschappen,
komt hij in 1956 terecht bij het Brian Rix's gezelschap in het Whitehall Theatre.
Hier begint hij een carrière als schrijver en produceert hij niet minder dan 17 toneelstukken.
Tot zijn meest bekende behoren o.a. "One for the Pot" (samen met Tony Hilton),
"Not Now Darling" en "Move Over Mrs Markham" ("Maak plaats, mevrouw")(beiden samen met John Chapman),
"Why Not Stay For Breakfast?" en "Funny Money".

Daarnaast blijft hij actief als producent en regisseur in meer dan 30 andere theaterproducties,
waaronder "Chicago", "Children of a Lesser God" en "Whose Life is it Anyway?"

In 1983 richt hij in Londen het "Theatre of Comedy Company" op en wordt er artistiek directeur.
Tot op heden produceert hij hiermee een twintigtal producties met acteurs zoals Peter O'Toole en John Thaw.
Gedurende die periode vindt hij tevens nog tijd om te blijven acteren.
In 1960 waagt hij zich zelfs aan een film "The Hand".
Het script schrijft hij samen met Tony Hilton en beide nemen tevens een acteursrol op zich.

Ray Cooney wordt vandaag nog steeds erkend als de “meesterschrijver van de komedie”.
Zijn stukken werden vertaald in meer dan 40 talen, waaronder het Chinees, het Japans en het Russisch.
Ze worden over de gehele wereld met heel veel succes gespeeld.


Foto's
Startpagina




"DE ZELFMOORDENAAR" - 2006

Een zwarte, absurde en satirische komedie van Nicolaj Erdman

Geselecteerd voor het Festival van het Amateurtoneel - Gent, 2006


HET VERHAAL

Semjon is een onmondige, kleine man, die samen met zijn vrouw Maria en zijn schoonmoeder Serafima
een blokappartementje betrekt.
Hij is al jaren werkloos en de kinderloze familie leeft van wat Maria buitenshuis verdient.
Semjon snakt naar een beetje aandacht, waardering en zelfrespect.
Hij wil zich zo graag nuttig voelen en iets betekenen voor de maatschappij…..
Wanneer ook zijn laatste hoop – een muzikale carrière – op niets uitdraait, besluit hij er een einde aan te maken.

En kijk, plotseling wordt hij wel belangrijk voor de maatschappij!
Mensen die zich vroeger niet om hem bekommerden, komen nu allemaal naar hem informeren.
Niet dat het drukke bezoek dat hij krijgt, bedoeld is om hem van zijn daad af te brengen.
Integendeel !
De intellectueel Aristarch, de femmes fatales Cleopatra en Raïsa, de postbode Jegor, de acteur Wiktor
en de priester Elpidius strijken als aasgieren op hem neer!
Allen willen ze dat Semjon zijn morbide plannen in hun belang ten uitvoer brengt.
Zo zal zijn zelfmoord een symbolische daad worden, waar eenieder nog lang over na zal praten.

Semjon, die hierdoor de rol van held en martelaar krijgt opgedrongen,
vindt al snel zijn gevoel van eigenwaarde terug.
Afgesproken wordt, dat hij de volgende dag na een gezamenlijk feestmaal aan zijn 'laatste reis' zal beginnen……


Het oorspronkelijk stuk (“Samoubijca”) toont een onbeschaafde Sovjetburger
die besloten heeft er een streep onder te zetten.
Vlijtig verspreidt hij het gerucht dat zijn zelfmoord onvermijdelijk is.
Hij veroorzaakt hierdoor een hele beweging onder de onder het bolsjewisme gebukt gaande kleinburgerij.
Men onderneemt pelgrimages om hem te zien en men smeekt hem zijn zelfmoord te gebruiken
als een daad tegen het Sovjetregime.
Het hoofdthema dat door het oorspronkelijk werk heenliep was dat een Sovjetenkeling zich pas werkelijk vrij kon voelen van de Sovjetwerkelijkheid wanneer hij de dood verkoos.
De “koude-oorlogsmentaliteit” in die dagen maakte het kennelijk onmogelijk om te zien dat het stuk,
dat wel degelijk kritiek leverde op het Sovjetsysteem, een veel wijdere strekking had.
Het ging daarbij om niet meer dan de achtergrond waartegen het werkelijk thema zich aftekende:
de tragikomische lotgevallen van een kleine man die zo graag een beetje gelukkig wil zijn
en die streeft naar een minimum aan zelfrespect.
De mens die blijft vechten om zijn armzalig leventje enige zin te geven….
Een universeel en tijdloos gegeven!

In tegenstelling tot wat men zou kunnen verwachten,
is “De Zelfmoordenaar” een ongelooflijk grappig stuk en een schitterende komedie!
Absurd en in de stijl van een goede vaudeville, neemt Erdman ons mee in een draaikolk van groteske situaties
die het verhaal telkens weer een nieuwe onverwachte wending geven.
Nu eens extravagant of wreed, dan weer knettergek of poëtisch, maar vooral vreselijk…..menselijk.
De lach als wapen om de absurditeit aan te klagen van “het” systeem,
dat ons vaak als individu dreigt te verstikken.


NICOLAJ ERDMAN

Schrijvers, beeldende kunstenaars en componisten uit het Rusland van de twintigste eeuw
hadden zich te houden aan de regels die het Stalinregime hen oplegde.
Ook Nicolaj Erdman (°Rusland, 1902) werd een slachtoffer van het Stalinisme.
Hij die door Maxim Gorki "de nieuwe Gogol" werd genoemd, verdween in de anonimiteit na het schrijven
van slechts twee toneelstukken: "Het Mandaat" (1925) en "De Zelfmoordenaar" (1928).
Hij werd gearresteerd en verbannen.
Zijn toneelstuk 'De Zelfmoordenaar' vormde immers een regelrechte aanklacht
tegen het Russische politieke bestel.
De Culturele Propaganda-afdeling van Stalin keurde het stuk af
"omdat het een schandelijk vertekend beeld van de Sovjet-werkelijkheid gaf".
Het werd in Rusland dan ook nooit opgevoerd.
In de jaren 30 werd niets meer van Erdman gehoord.
Pas vanaf 1942 duikt zijn naam weer op in het Russische repertorium van film- en theatermakers.
Een hoofdrol was voor hem echter niet meer weggelegd.
Zijn latere toneelwerken behaalden nooit meer hetzelfde niveau.
Voor het westen bleef hij tot aan zijn dood in 1970 zelfs totaal onbekend.
En nochtans, de jonge Erdman was de rijzende literaire ster in het post-revolutionaire Rusland!
"De zelfmoordenaar" werd pas in 1969 door Zweden voor het westerse publiek ontdekt.
Het beleefde zijn Nederlandstalige première op 17 oktober 1981 in Frascati in Amsterdam.


Foto's
Startpagina



"DE KNECHT VAN TWEE MEESTERS" - 2005

Een commedia dell'arte van Carlo Goldoni

HET VERHAAL

Een stuk dat begint waarmee andere komedies eindigen:
Een huwelijk tussen de twee geliefden. Maar dan loopt het plots allemaal goed fout!
Een doodgewaande minnaar duikt op en komt roet in het eten van de bruiloft gooien!
De vader van de bruid vindt de bruidsschat veel belangrijker dan de juiste echtgenoot!
Alles wordt klaargemaakt voor een nieuw huwelijksfeest!
Maar is de minnaar wel wie hij zegt te zijn?
Alsof er nog niet genoeg verwarring is,besluit de knecht van de minnaar dan ook nog twee meesters te dienen!
Want twee meesters dienen is tweemaal loon en vooral……..een dubbele portie eten!!
Tenminste….dat denkt hij!!
En tot overmaat van ramp blijken de twee meesters in hetzelfde hotel te logeren
en bovendien nog elkaar’s minnaar te zijn ook!
Met de acrobatie van zijn tong en zijn lijf probeert de knecht overeind te blijven in de onontwarbare chaos van brieven en geld, meesters en knechten, levenden en doden, koffers en kleren…..
Persoonsverwisselingen, verkleedpartijen, vergissingen, leugens, onmogelijke liefdes en niet te vergeten………..
Eten!!
Te ingewikkeld ??
Beatrice Rasponi uit Turijn komt verkleed als haar broer Federigo naar Venetië om haar minnaar Florindo Aretusi te vinden, die uit Turijn is gevlucht nadat hij in een duel diezelfde Federigo gedood heeft.
In haar (“zijn”?) kielzog loopt de hongerige knecht Truffaldino die, eenmaal aangekomen in Venetië, stiekem een tweede meester aan de haak slaat om wat meer geld en dus eten te verdienen.
Deze meester blijkt Florindo te zijn en al snel ontstaan er door toedoen van de grillen van Truffaldino misverstanden die zijn twee meesters tot wanhoop leiden.
Bovendien gooit de aanwezigheid van "Federigo" - eigenlijk dus Beatrice - roet in het eten van de bruiloft van de geliefden Clarice en Silvio. Pantalone - de vader van Clarice - had zijn dochter immers aan Federigo beloofd!
Tot grote ergernis van de geliefden en van Dottore - de vader van Silvio - wil Pantalone zich na Federigo 's verschijning weer aan deze belofte houden.
Misverstanden te over dus, zeker als Beatrice en Florindo beiden hun intrek nemen in het hotelletje van Brighella, en Truffaldino een oogje laat vallen op Smeraldina, het kamermeisje van Clarice……


CARLO GOLDONI

Carlo Goldoni (1707-1793) vestigde zich in 1732 in Venetië als advocaat.
Zijn advocatenpraktijk kende echter slechts een kort bestaan.
In 1748 werd hij huisschrijver van een groep acteurs die in Venetië het Teatro Sant’ Angelo bespeelde.
Tot 1762 schreef hij hiervoor meer dan 200 komedies!
In die periode was de ooit zo levendige Commedia dell’arte , het populaire Italiaans volkstoneel, verworden tot een holle, vastgeroeste vorm. Goldoni werd de grootste Italiaanse komedieschrijver
en bovendien de vernieuwer van het genre en de grondlegger van het moderne theater.
Hij baseerde zich op personages en scenario's van de Commedia dell’arte, maar stapte af van het maskergebruik en verving de vrije improvisatie door volledig uitgeschreven stukken.
Dit stuitte vaak op weerstand van de acteurs die zich aan de nieuwe stijl moesten aanpassen.
“Il servitore di due padroni” ofte “De knecht van twee meesters” (1749) neemt binnen Goldoni’s vernieuwend werk een bijzondere plaats in. De personages dragen nog de naam van de Commedia dell’arte figuren en het plot draait zoals gebruikelijk nog steeds om het bij elkaar brengen van twee koppels geliefden, maar de personages zijn menselijker, herkenbaarder en geloofwaardiger dan in een traditioneel Commedia dell’arte stuk.
Goldoni zelf schreef hierover:
“Nu heb ik een komedie gemaakt met veel korte levendige scènes die vloeiend in elkaar overgaan in één doorlopende actie, in een continue beweging, waarin komische acteurs niets anders te doen hebben
dan zich te laten leiden, meer door de actie dan door de woorden.”
Inmiddels is “De knecht van twee meesters” Goldoni’s beroemdste en meest gespeelde komedie.
Andere bekende werken zijn : “La locandiera” (1753) en “Il ventaglio” (1765).
Zijn opvattingen over toneel legde hij vast in “'Il teatro comico” (1750).


DE COMMEDIA DELL'ARTE

De eerste sporen van de Commedia dell'Arte, het Italiaans volkstoneel, voeren terug naar 1568 in Mantua.
Vóór die tijd bestond niet veel theater dat toegankelijk was voor de gewone burger.
De meest beoefende vorm van wat voor toneel zou kunnen door gaan waren de mysteriespelen.
Voor de adel en de gegoede burgerij werden teksten voorgedragen door beroepsspelers. Verder probeerden allerhande jongleurs een schamele boterham te verdienen op markten, circussen en dergelijke.
Uit dit allegaartje is de Commedia dell 'Arte gegroeid.
Enkele jongleurs, aan de kant gezette beroepsspelers, bedelaars, een verdwaalde monnik, een werkloze vrachtvoerder enz. sloegen hun middelen en kunnen bij elkaar en vormden samen een rondreizend gezelschap
dat op deze manier aan de kost probeerde te komen.
De acteurs maakten op basis van improvisatie en aan de hand van vastgelegde plots,
vrolijke voorstellingen voor iedereen die het maar horen of zien wilde.
Op straat, op een marktplein of op een wagen werd met minimale middelen een spektakel opgevoerd.
Een gordijn en een paar vierkante meter was vaak al voldoende voor een feestelijke voorstelling.
Met kleurrijke kostuums, maskers en eenvoudige rekwisieten wisten de acteurs,
die tussen de scènes door tevens als acrobaten, dansers, zangers, clowns en pantomimespelers optraden,
met veel enthousiasme en bezieling hun publiek te veroveren.
Typeringen en de dramatische functies lagen in het spel vast. De rest werd geïmproviseerd.
Elke provincie leverde een masker of vaststaand type.
Zo zorgde het “geleerde” Bologna (een universiteitsstad) voor de figuur van de pedante “Dottore”.
De handelsstad Venetië voor het type van de koopman “Pantalone”.
Napels (de stad van de lastdragers) voor de lepe dienaren “Truffaldino en Brighella”.
De spelers trokken door heel Europa en na 1660 speelden de Italianen
definitief in het Petit-Bourbontheater in Versailles, eerst in hun eigen taal, daarna in het Frans.
Een aspect dat zonder meer heeft bijgedragen tot het succes van de Commedia dell' Arte is het vakmanschap.
De acteurs waren vaak voor het leven verbonden met hun personage.
Zo gebeurde het wel eens dat de identiteit van een acteur verdween in het personage en de eigen naam werd veranderd in die van het personage. Een acteur heette dan gewoon Pantalone of Dottore.
Een acteur had een leven lang de tijd om zich te bekwamen in het vakmanschap van de Commedia dell' Arte.


Foto's
Startpagina



"HEUVELS VAN BLAUW" - 2004

Een grimmig toneelspel van Dennis Potter

HET VERHAAL

Engeland, 1943.
De Duitsers bombarderen opnieuw Londen. De geallieerden nemen Sicilië in.
Een zonnige zomernamiddag in het Forest of Dean.
Zeven kinderen, vijf jongens en twee meisjes.
Ze rennen door het bos, roepen en plagen elkaar
Ze spelen…
Ze spelen vrolijk oorlogsvliegtuigje en parachutist.
Ze spelen vadertje en moedertje of verpleegstertje.
Ze vechten om een appel, jagen op een eekhoorn.
Een kinderwagen piept en waarschuwt zo de “vijand”.
En die ene zielige jongen speelt met vuur…
Gaandeweg wordt de grens tussen spelen, pesten, terroriseren en échte oorlog steeds vager.
De angst en de brutaliteit nemen toe.
Schijnbare onschuld loopt uit op sadistische wreedheid en een gruwelijke tragedie.
Maar….
….“We hebben het niet geweten,… of wel?”

“Blue Remembered Hills”, dat oorspronkelijk een televisiespelscenario was voor de BBC,
is een rechtlijnig drama zonder retoriek en met een eenvoud van vertelling.
Een onschuldig, zelfs humoristisch verhaal dat van a naar b gaat
en dat uitverteld is voor je er erg in hebt.
Maar het is ook een verhaal met een gruwel van anekdotiek.
Zonder dat je het weet, zit je als toeschouwer gaandeweg naar iets heel anders te kijken….!
In hun genadeloze spelletjes in het bos weerspiegelen deze kinderen de alom aanwezige oorlog.
De zwakste schakel in de groep wordt zonder pardon afgemaakt.
Onschuld is immers een vergankelijk iets en zoals het met “confituurpotten” in dit stuk gaat,
heeft ook zij een prijs.
De verloren onschuld van de jeugd wordt met subversieve wreedheid aangesneden.
Dennis Potter laat de zeven kinderen spelen door volwassen acteurs.
“Heuvels van Blauw” wordt hierdoor als een uitvergroting van “kinderlijke” gevoelens.
Zo ongeveer ieder van ons is ooit één van die kinderen geweest. De gevoelens die worden opgeroepen,
slepen in hun kielzog dan ook een veelvoud van herinneringen met zich mee…..
Potter creëert karakters die we allen herkennen:
de manipulator, de vechtersbaas, de meeloper, het slachtoffer, de uitgestotene, …
Het zijn, ondanks hun kind-zijn, complete individu’s die elk hun eigen wereld wanhopig ernstig nemen
en die pijnlijk ervaren waar ze zich bevinden in de brutale hiërarchie van deze wereld.
Ieder op zich heeft het gevoel dat “zijn/haar” wereld, “de” wereld is en dat iedere dag “life-time” is.
Ze worden nauwelijks door iemand of iets buiten hen bewogen,
zelfs niet door het geweld van een oorlog die ze nauwelijks begrijpen.

“Heuvels van Blauw” houdt ons echter gelijktijdig de spiegel voor van onze “volwassen” maatschappij,
waar precies alles draait om die agressieve machtsstrijd, status, hiërarchie…..
Een gewelddadige maatschappij, die niets anders kan voortbrengen dan gewelddadige jongvolwassenen.
Willie en zijn kameraden handelen volgens het principe van “het recht van de sterkste”.
Ze spiegelen zich aan de heroïsche helden uit hun stripverhalen – zoals Desperate Dan in de Dandy,
Musso the Wop in de Beano en Rockfist Rogan in de Champion - en aan de kennis, de mythes en de rolpatronen die hen vanuit de volwassenwereld zijn doorgesijpeld.
Hun gedragingen, hun interacties en hun manipulaties worden gevoed via het vertellen van indrukwekkende verhaaltjes en het spelen van fantasierijke mini-theaterspelletjes met een mythische status,
meestal aanvaard als de -“hun”- waarheid.
Hiermee bepalen ze hun “belangrijkheid”, hun “geloofwaardigheid” en hun “positie” ten opzichte van de anderen.
Want de kracht van de “groep” verlamt en verdooft immers vaak de waarden van het “individu”.
De lijn tussen waarheid en leugen, tussen realiteit en fantasie, is echter heel dun.
Maar voor kinderen zijn “lijntjes” heel leuk om heen en weer over te springen.

“Heuvels van Blauw” speelt zich af tegen de achtergrond van de tweede wereldoorlog.
Het individu dat ondergeschikt wordt aan de groep, de machtsspelletjes en het opkijken naar en het blindelings volgen van de leider, zijn de exacte weerspiegeling van het Nazi-regime,
met zijn bombastische, hoogdravende theatraliteit en leiderscultus.
Het drama waarmee “Heuvels van Blauw” eindigt,
staat hiermee bijna symbolisch voor de vernietigingskampen van de holocaust.
Het “echte beest” zit niet in de bossen of in de heuvels - van blauw -, maar in ieder kind en in ieder van ons.
Als de ideologie “dat iedere vreemde-ling een vijand is”, ons onvermijdelijk leidt naar het waanzinnig en krankzinnig “spel” van de dodenkampen, dan moet ook de maatschappij die dergelijke kampen mogelijk maakt,
beschouwd worden als een alarmsignaal.
Net als de sirene die door de bossen van “Heuvels van Blauw” weergalmt.
Zoals de tragedie van Wereldoorlog II zich verder op de wereldscène afspeelt,
zo speelt zich voor onze ogen een kleinere, maar even hallucinante tragedie af.
Een tragedie die onmiddellijk gelinkt is,
niet alleen aan het “beest” in de kinderen en aan “de verbrandingsovens” in dat ander land,
maar ook aan een potentieel groter beest in onze maatschappij:
“het verlies van de individuele verantwoordelijkheid en de opkomst van uiterst rechts”.
En fascisten zijn altijd “de anderen”.
Ze lijken zelden of nooit op onszelf……


DENNIS POTTER

Dennis Christopher George Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Berry Hill,
in het Forest of Dean (Gloucestershire, Engeland).
Tijdens de tweede wereldoorlog liep hij school in de Bell’s Grammar School.
Na een taalcursus tijdens zijn militaire dienst, werd hij militair vertaler Russisch.
In 1959 behaalde hij zijn diploma filosofie en politieke economische wetenschappen
aan het New College in Oxford.
Hetzelfde jaar huwde hij met Margaret Morgan, een journaliste. Ze kregen twee dochters en een zoon.
In Oxford werd hij betrokken in linksgerichte politiek en werkte er als journalist en criticus.
“The Glittering Coffin”, zijn eerste boek, was een analyse van de Labourpartij
en het toenmalige politieke klimaat.
Toen hij 25 jaar was, begon Potter te lijden aan psoriasis. Hij kreeg meer en meer aanvallen van psoriatisch gewrichtslijden, waarvoor hij zijn ganse leven medicatie diende te nemen.
Potter begon als stagiair te werken bij de BBC en maakte er “Beween Two Rivers”,
een documentaire over zijn geboortestreek.
Vanaf 1961 was hij bovendien ook televisiecriticus voor de London Daily Herald
en schreef hij sketches voor de televisieserie “That was The Week That Was”.
Tussen 1960 en 1970 lokten zijn vele televisiedrama’s, omwille van de politieke en sociale standpunten,
heel wat controverse uit.
Tot zijn meest bekende drama’s behoren “Paper Roses”(1971), “Pennies From Heaven”(1978),
“Blue Remembered Hills”(1979), “Cream In My Coffee(1980), “Tender Is The Night”(1985)
en “The Singing Detective”(1986).
In 1994 werd bij Potter de diagnose van terminale pancreaskanker gesteld.
Tijdens zijn laatste drie levensmaanden schreef hij voor de BBC en Channel Four nog
“ Karaoke” en “Cold Lazarus”.
In 1979 won hij de BAFTA Writers Award voor “Blue Remembered hills”.
Dennis Potter overleed op 7 juni 1994.


Startpagina





"DE KONING STERFT" - 2004

Een absurd toneelspel van Eugène Ionesco

Laureaat 67ste Koninklijk Landjuweel - Leuven, 2004
Tweede categorie Provinciaal klasseringstoernooi
Geselecteerd voor het Festival van het Amateurtoneel - Gent, 2004
<
HET VERHAAL

Een nieuwe dag breekt aan in het koninkrijk van Koning Bérenger de Eerste.
Een machtig en groot koninkrijk geleid door een machtig vorst.
Althans zo was het 500 jaar geleden, vorig jaar, gisteren, vijf minuten geleden.
Nu is zijn koninkrijk in verval, de Koning is in verval.
De Koning sterft. Alle tekenen wijzen er op. De symptomen zijn duidelijk, het staat in de sterren.
Iedereen weet het, maar niet iedereen accepteert het.
Ook de Koning niet.
Hij bindt de strijd aan tegen de werkelijkheid, tegen het onvermijdelijke.
De Koning sterft, en wel aan het einde van de voorstelling.
Zijn koninkrijk sterft met hem mee.

“De Koning sterft” is één meditatie over de dood.
Koning Bérenger de Eerste was groot en machtig.
Zijn rijk telde miljarden mensen, nu blijven er nog enkele tientallen over.
De koning gaat sterven en hij kan er niet in berusten:
“ Het is niet natuurlijk te sterven. Ik wil niet doodgaan, ik wil blijven bestaan.
De geringste mier verweert zich als ze in doodsgevaar is.”
Nu zal het hem vergaan zoals het ellendige katje, waarvan hij het betreurenswaardige einde vertelt:
“ De grote hond van de buren beet hem dood.
Toen leek hij net een speelgoedkat, een trillende speelgoedkat met één oog en een afgescheurde poot.”
“De Koning sterft” is een aangrijpend relaas van een afscheid van het leven.

Niemand is onsterfelijk, dat is een ijzeren wet! Daaraan ontkomt geen sterveling, zelfs geen koning.
De dood komt….
De mens laat met veel moeite en tegenstribbelen de dingen los die hij meent in zijn hand te hebben.
Des te moeilijker als hij er zich niet op heeft voorbereid.
En het is nauwelijks een vraag of het eenvoudiger is voor iemand die in een of andere vorm van Voortbestaan gelooft dan voor iemand die het Niets verwacht, voor wie het leven zich oplost in een grijze mist.
Voor Ionesco is de koning dood en met hem een hele wereld verdwenen, verzwolgen door een absoluut vergeten.
Nochtans: “ Het koninkrijk, was er ooit eerder zo’n koninkrijk?
Twee zonnen, twee manen – wat een geweldig licht!...
Ver, heel ver, voorbij de oceanen…”
Misschien komt de mens op dat ultiem moment wel in de nabijheid van het kleine lichtpunt in de verte,
waar hij altijd al achteraanzat.
“Kijk in deze spiegel zonder spiegelbeeld…”
Misschien, wie weet, is dat wat er te zien is niet niets,
maar een totaal ander beeld dan de weerspiegeling die we verwachten…?


EUGENE IONESCO

Eugène Ionesco wordt geboren in Slatina (Roemenië) op 26 november 1909.
Zijn vader is een Roemeens jurist, zijn moeder de dochter van een Franse ingenieur die in Roemenië werkt.
Kort na de geboorte van Eugène verhuist de familie naar Parijs.
In mei 1922 keert Ionesco terug naar Roemenië. Hij leert er de taal en loopt er school.
Net als zijn vader zou hij ingenieur worden,
maar al snel wordt duidelijk dat hij zich meer interesseert voor literatuur en poëzie.
Van 1928 tot 1935 schrijft hij artikels in meerdere Roemeense weekbladen.
In 1934 publiceert hij ‘Neen!”, een collectie van kritische protestessays tegen de vaste waarden
van het Roemeense literaire establishment.
In juli 1936 trouwt hij met Rodica Burileanu. Drie maanden later sterft zijn moeder.
In 1938 verlaat Ionesco Roemenië om opnieuw in Frankrijk te gaan wonen waar hij kennis maakt met de werken van Mounier, Berdiaev, Maritain en Marcel.
Als WOII uitbreekt, verhuist hij opnieuw naar Roemenië waar hij werkt als leraar Frans in Boekarest.
De situatie is daar echter zo slecht dat hij al snel spijt krijgt dat hij Frankrijk heeft verlaten.
Na meerdere mislukte pogingen slaagt hij er in 1942 in om samen met zijn vrouw
opnieuw uit te wijken naar Frankrijk. Het leven is er moeilijk en er is weinig werkgelegenheid.
Ionesco werkt er als proeflezer bij een uitgever.

In 1948 begint hij met het schrijven van “La Cantatrice Chauve” (De Kale Zangeres) dat voor het eerst opgevoerd wordt in 1950 in het Théatre Noctambules, overigens zonder succes.
Maar de liefhebbers van het experimenteel en niet-commercieel theater krijgen steeds grotere belangstelling voor zijn werk, al wordt het zowel door publiek als kritiek met verdeeldheid ontvangen. Voor zijn bewonderaars is hij “L’homme de theatre par exellence”.
Ionesco schrijft uiteindelijk in totaal meer dan twintig toneelstukken.
De bekendste zijn: “Rhinoceros” (1958), “De Stoelen” (1951), “De Les” (1951) en “De Koning sterft” (1961).
Hij ontvangt voor zijn werken tal van internationale onderscheidingen. Hij wordt algemeen erkend
als één van de toonaangevende figuren in de geschiedenis van het absurde theater.
Eugène Ionesco overlijdt op 28 maart 1994 in zijn residentie in Parijs.
Hij wordt begraven op het kerkhof van Montparnasse.

Samen met Samuel Beckett, Jean Genet en Harold Pinter wordt Ionesco de baanbreker van het absurdisme
dat het levenslicht zag in 1950.
Het absurdisme wordt gezien als een reactie op de zinloosheid van het bestaan, een stemming die in heel Europa heerst na de Tweede Wereldoorlog en die in allerlei kunstvormen tot uiting komt.
Hun avant-garde stukken zijn gebaseerd op een Goddeloze wereld waar het menselijk bestaan geen zin of doel heeft, waardoor alle communicatie wegvalt.
Logische constructie en argumentatie maken plaats voor irrationele en onlogische gesprekken.
Het wereldbeeld van de absurdisten was dan ook niet echt positief te noemen:
mensen waren gevangenen van hun leven, klem zittend tussen geboorte en dood.
In talrijke stukken en uitspraken doemt steeds het spookbeeld op van de dood, van de mens alléén voor de dood, wachtend op wie weet welke God die nooit zal komen.
Ionesco verwerpt de psychologie en de filisofie. Hij ironiseert de geschiedenis en de wetenschap.
Hij schept een vreemde wereld, die we herkennen en die ons tegelijkertijd voorkomt als een nachtmerrie.
Een kleine wereld waarvan de personages ons aan onszelf doen denken.
De mens is een marionet die schijnbaar onbelangrijk is in wat hij zegt en doet.
Ionesco buigt zich over de menselijke staat, uitgaande van het einde en de betekenis van het bestaan.


Foto's
Startpagina



"MOEDERSNACHT" - 2003

Een grotesk toneelspel van Lisa Engel




HET VERHAAL

Een wereld zonder mannen!
Leegte...
Geen geslachtsspanning, geen liefde, ...
Dit gemis vullen de vrouwen op
door elkaar op te vreten.
Haat is hun bindmiddel.
Daardoor zijn zij zonder elkaar
niet in staat om te leven.
Het is alsof alle nazaten
in één grote baarmoeder gezogen zijn.
Daar worden zij vrouwen
die hun identiteit alleen aan elkaar ontlenen,
zonder een eigen plaats te hebben
en zonder een plaats te geven aan elkaar.
Als in trance, verdoofd en verstikt,
zijn ze blind voor de gruwelen die ze elkaar aandoen...

Moedersnacht.
Een bizarre, huiveringwekkende, groteske parodie... !


Foto's
Startpagina



"DE EETKAMER" - 2002

Een satirische komedie van A.R.Gurney




HET VERHAAL

“De eetkamer” is een milde sociale satire waarin A.R. Gurney Jr.
de hypocriete kleinburgerlijkheid, de irritante zelfgenoegzaamheid
en de clichématige gedragscode van een conservatieve bourgeoismaatschappij hekelt.
Een maatschappij die hij langs de ene kant met enige nostalgie ziet verdwijnen
- of is het verkwijnen? -
en langs de ander kant als traditionalistisch en verstikkend afdoet en genadeloos afvoert.

In zeventien goed uitgebalanceerde en representatieve taferelen
toont de auteur de universeel herkenbare prototypes van deze vastgeroeste burgerij.
Op welke manier gaan de verschillende samenlevingsvormen om met hun waarden en normen?
Vetes worden uitgevochten en haatgevoelens komen bovendrijven.
Emoties wisselen elkaar af en generatiekloven worden zichtbaar gemaakt.
Kortom, het alledaagse leven wordt zichtbaar gemaakt in een toneelstuk dat zich met veel humor en vaart afspeelt.
Afwisselend met milde ironie en wrange beschouwing, maar steeds met scherpe observatie.
In een subtiele, speelse en geestige dialoog toont hij hun geijkte gewoonten.

Zes acteurs spelen méér dan vijftig personages van gisteren en vandaag.
Ze zijn kinderen, ouders, grootouders, ooms en tantes, klant en koning
in steeds weer een ander maatschappelijk cliché maar steeds weer in dezelfde eetkamer
die een metafoor is voor de personages die ze alternerend bevolken.
Daardoor wordt de eetkamer het hoofdpersonage van deze komedie.
Ze heeft alles al meegemaakt:
huwelijken, doopfeesten, begrafenissen, verjaardagen, kerstfeestjes...


A.R.GURNEY

A.R. Gurney werd geboren op 1 november 1930 in Buffalo, New York.
Hij studeerde aan het Williams College en aan de Yale School of Drama.
“Scenes from American Life”, “Children”, en “The Middle Ages” waren zijn eerste toneelwerken.
Zijn grootste success kwam er echter met “The Dining Room”.
Dit liet hem toe om full-time schrijver te worden.
Na “The Dining Room”, schreef Gurney nog tal van toneelstukken, waaronder
“What I Did Last Summer", “The Perfect Party“, “Another Antigone”, “Love Letters”
“Sylvia”, “The Fourth Wall”, “Ancestral Voices”, "Jerusalem" en “Big Bill”
Daarnaast schreef hij ook nog enkele romans:
“The Gospel According to Joe” en “Entertaining Strangers”.

In 2006 werd Gurney verkozen tot lid van de American Academy of Arts and Letters.


Startpagina



"VALLEN" - 2003

Een eigen bewerking naar het boek van Anne Provoost




HET VERHAAL

Zoals elk jaar brengen Lucas en zijn moeder de zomer door in het huis van zijn grootvader,ver weg van de hoofdstad.
Deze zomer is echter anders.
Zijn grootvader is gestorven, en voor het eerst beginnen de mensen in de stad over zijn oorlogsverleden te praten.
Wanneer de jonge danseres Caitlin - Lucas' Amerikaanse vriendinnetje van jaren geleden - weer opduikt,
wordt alles nog een stuk ingewikkelder.
Omdat niemand hem uitleg wil geven, sluit Lucas vriendschap met Benoît,
een man die voor iedere vraag een antwoord heeft en hem betrekt bij acties waarbij ze 'orde op zaken stellen'.
'Word niet zoals je grootvader', waarschuwt zijn moeder.
Hij slaat haar woorden in de wind, tot er een 'ongeval' gebeurt waarin Caitlin haar voet verliest.
Als Benoît de gelegenheid aangrijpt om Lucas tot grote zondebok te maken,
raakt hij zijn laatste houvast kwijt.

“Vallen” is een aangrijpend verhaal over twee jonge mensen,
die worden geconfronteerd met hun verleden en de invloed daarvan op hun toekomst.
Een stuk over de gevaren van extreem rechts en de cultuur van onverdraagzaamheid,
maar ook
over kwetsbaarheid van jongeren,
over hoop
en over jonge mensen die naar de toekomst durven kijken met een open geest.


ANNE PROVOOST

In haar jeugd schreef Anne Provoost heel vee verhaaltjes en dagboeken.
Toen ze Germaanse filologie ging studeren in Kortrijk en Leuven,
nam ze zich voor om niet meer te schrijven.
Maar toen ze een week ziek in bed lag, schreef ze een verhaal waarmee ze een verhalenwedstrijd won.
Ze studeerde nog een jaar pedagogiek en ging toen met haar man mee naar de VS.
Daar werkte ze in een kinderdagverblijf en schreef ze voor Amerikaanse en Vlaamse kindertijdschriften.
Terug in Antwerpen werkte ze parttime voor een uitwisselingsorganisatie voor middelbare scholieren.
Sinds midden 1995 is ze fulltime schrijver.
Anne Provoost woont met haar man en drie kinderen in Antwerpen.


Foto's
Startpagina



"HET ATELIER" - 2002

Een intimistisch toneelspel van Jean Claude Grümberg




HET VERHAAL

"Het Atelier" bestrijkt de periode 1945-1952,
een tijd die meestal het etiket "Wederopbouw" en "Koude Oorlog" krijgt opgeplakt.
Het zijn bij uitstek jaren van hard werken om schaarse goederen te verwerven,
om de ontwrichte economie nieuw leven in te blazen,
om weer enige stabiliteit te creëren in de levens die de oorlog overhoop heeft gehaald.
De auteur, zelf van joodse afkomst en één jaar oud toen de oorlog uitbrak,
overrompelt de toeschouwers niet met hard feitenmateriaal.

Het publiek volgt de dagelijkse gebeurtenissen in het atelier.
De ruzies, de feestjes, de ups en downs
in een periode van betrekkelijke windstilte na een van de grootste stormen van de 20ste eeuw.
Maar die windstilte is maar schijn.
Het besloten wereldje van het atelier komt fors op de tocht te staan.
De eigenaars van het atelier, monsieur Léon en Madame Hélène,
trachten hun zaak te redden uit de klauwen van de oprukkende confectie-industrie,
die met haar automatisering de huisindustrie in de kleine ateliers wurgt.
De 5 naaisters beschouwen hun atelier als een onwankelbaar gegeven.
Het is de plaats waar ze dag-in-dag-uit hetzelfde werk verrichten
en waar de onderlinge solidariteit het leven enigszins draaglijk maakt.
De oorlog is echter nooit veraf.
Madame Simone wacht aanvankelijk op haar gedeporteerde man.
Zodra het duidelijk is dat hij niet terugkomt, volgt een jarenlange bureaucratische marteling
vòòr zij de overlijdensakte en daarmee misschien een pensioen in handen krijgt.
De perser heeft in een concentratiekamp gezeten.
De man van Madame Laurence is tewerkgesteld omdat hij als politieagent met de Duitsers collaboreerde....


JEAN CLAUDE GRÜMBERG

Jean-Claude Grümberg, één van de meest productieve hedendaagse Franse toneelauteurs,
werd geboren te Parijs, op 26 juli 1939.
Zijn vader, een Roemeense jood, was in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog naar Frankrijk gevlucht
voor het dreigende antisemitisme in Centraal-Europa.
Hij bracht de oorlogsjaren gescheiden van zijn familie door in de "Vrije Zone".
Deze Vrije Zone lag ten zuiden van de zogenaamde "Demarcatielijn",
die Frankrijk doormidden sneed in bezet en niet-bezet gebied.
Nadat Parijs in 1940 was gevallen werd een wapenstilstand gesloten.
Noord-Frankrijk werd door de Duitsers bezet. Elzas en Lotharingen werden ingelijfd.
Zuid-Frankrijk (Vichy-Frankrijk) werd geregeerd door Generaal Pétain.
Deze verklaarde in 1941 te willen samenwerken met de Duitsers.
De joden, zowel Franse als niet-Franse, werden bijeengedreven in de Vrije Zone.
In 1942 leverde Vichy-Frankrijk 15 000 niet-Franse joden uit aan de Duitsers.
Ze werden bijna allemaal vergast.
Grümbergs vader, een Roemeense jood, werd tijdens deze periode gedeporteerd.
In afwachting van de terugkeer van haar man, werkte Grümberg’s moeder als afwerkster in een herenconfectieatelier.
Eerst leerling-kleermaker, daarna acteur, begon Grümberg pas in het midden van de jaren zestig toneel te schrijven.

Zijn eerste werken werden sterk beïnvloed door het Nouveau Theatre.
Ze behandelen het racisme en de onverdraagzaamheid.
Gewelddadige voorstellingen suggereren onbegrijpelijke conflicten die zich afspelen in banale omstandigheden.
Na met de methodes van het absurde en het epische theater te hebben geflirt,
komt Grümberg met "Het Atelier" terug naar een meer traditioneel naturalisme.
Hij slaagt erin de lessen van het Nouveau Théâtre
met de ontdekkingen van het volkstoneel en het episch toneel te verenigen.
Tot zijn belangrijkste werken behoren: "Demain, une fenêtre sur la rue" (1968), "Amorfe d'Ottenburg" (1970) en "Dreyfus" (1973).
Voor "Het Atelier" (1979) - gecreëerd in l'Odéon met Grümberg zelf in de hoofdrol van Monsieur Léon -
ontving hij "Le Prix Molière", de hoogste Franse theateronderscheiding.


Foto's
Startpagina



"OM NOOIT TE VERGETEN" - 2003

Een bitterzoete komedie van Alan Ayckbourn




HET VERHAAL

Restaurant “Essa de Calvi”.
Eigenaar Ernesto Calvinu en zijn kelners Tuto, Bengie, Dinka en Aggi
sloven zich uit (?) om het de klanten naar hun zin te maken…
Albert, een welstellende aannemer, viert er samen met
zijn zonen Patrick en Tom, zijn schoondochter Stephanie en met Cindy, het nieuwste liefje van Tom,
de verjaardag van zijn vrouw Irene.
Onder invloed van wijn, pousse-café en andere speciale “specialiteiten”,
geraakt de familie haar dunne laagje beschavingsvernis kwijt
en komen de oude vetes, recentere problemen en communicatiestoornissen ongenadig aan het licht.

Alan Ayckbourn zou Alan Ayckbourn niet zijn
als hij ook hier niet goochelt met de tijd:
met Albert en Irene blijven we in “het heden” op de avond van het verjaardagsfeestje,
met Stephanie en Patrick gaan we “sprongsgewijs” twee jaar verder in de “toekomstige tijd”
en om het helemaal ingewikkeld te maken
gaan we met Tom en Cindy “stapsgewijs” twee maanden terug in de “verleden tijd”…
Calvinu en zijn verschillende kelners blijven gelukkig “dezelfde”!

Een schitterende komedie met een voyeuristisch tintje …
om nooit te vergeten!!


ALAN AYCKBOURN

Alan Ayckbourn, geboren in 1939 in een Londense voorstad,
is een theaterbeest in hart en nieren.
Al van in zijn schooltijd had de theatermicrobe hem te pakken
en eens afgestudeerd, wijdde hij zich volledig aan deze grote liefde.
Eerst als acteur en regisseur in Oxford, Stoke-on-Trent en later in Scarborough.
Hier werd hij lid van het "Library Theatre" .
Zijn eerste twee zelfgeschreven stukken werden een flop en Alan besloot met het schrijven op te houden.
Hij vond werk bij de BBC en regisseerde er vooral luisterspelen.
Hieruit putte hij zoveel ervaring dat hij, na enkele jaren, wéér zélf gaat schrijven.

Het eerste succes komt er in 1967 met "Slippers".
Drie jaar later wordt hij directeur en artistiek leider van het “Library Theatre”.
Al zijn volgende stukken worden daar gecreëerd, in eigen regie, meestal in een “en rond”- opstelling.
Alléén de daar succesvolle stukken worden achteraf ook in Londen opgevoerd.

Alan Ayckbourn heeft, tot nu toe, meer dan 40 stukken op zijn actief.
De meest bekende zijn "Liefde half om half","Slippers","Bedden",
"Verwarringen","Driemaal Kerstmis" en de trilogie "The Norman Conquest".

De meeste van zijn stukken worden gekenmerkt door een ingenieus ontwikkelde plot
waarin hij vertrekt vanuit een door hemzelf bedachte "onmogelijke toneelsituatie".
Tijd en ruimte worden op het toneelplateau meesterlijk verweven.

Alan Ayckbourn is ongetwijfeld één van de meest productieve toneelauteurs van de laatste decennia.
Men vergelijkt hem met Feydeau, Tjechov, Pinter en Woody Allen.
De schrijver van "ordinaire komedies" is de laatste jaren tot een respectabele kunstenaar gepromoveerd.
In zijn stukken is een duidelijke evolutie waarneembaar.
Hij ontwikkelde zich van een banale blijspelauteur
tot iemand die minutieus de schrijnende en belachelijke aspecten van onszelf en onze omgeving portretteert.
Humor als een therapeutische, bevrijdende reflex op de pathologie van onze kleine kantjes en zielige schijnvertoningen.
Naar Ayckbourn kijken is zich vrolijk maken om de bekrompenheid en de eigenwijsheid van de medemens,
maar tegelijk kan je niet ontkomen aan het gevoel
dat je om jezelf zit te lachen.....


Foto's
Startpagina





"SCHRIJF ME IN HET ZAND" - 1999

Een toneelspel van Inez Van Dullemen

Laureaat 64ste Koninklijk Landjuweel - Mechelen, 2000
Prijs beste enscenering Roelandjuweel AKVT, 1999
Tweede categorie Provinciaal klasseringstoernooi



HET VERHAAL

Bij het leeghalen van het ouderlijke huis ontdekt Judith de spulletjes van Anne,
haar twee jaar oudere zus die kort daarvoor zelfmoord heeft gepleegd.
Anne hing zichzelf op in de garage.
Het touw maakte een blauwe striem in haar nek,
net zo een striem als toen ze geboren werd en de navelstreng haar bijna deed stikken.
"Door dat bloesje met dat hoog opstaande kraagje was het mooi gecamoufleerd.
Ze lag er mooi bij... dat zei iedereen. Ze zag er rustig uit", zegt de moeder.

Maar het leven voor Anne was niet rustig.
Aan de hand van Judith, die tussen de oude rommel ook brieven van haar zus vindt,
worden we meegevoerd in dit treurige leven dat zo kort duurde en zo hevig was.
Beelden van Judith en Anne als kleine onschuldige meisjes luisterend naar sprookjes, zittend op vaders schoot.
Een aardige man, een man van niveau, geslaagd in het leven, geslaagd in zijn gezin.
Zijn vrouw staat hem altijd en in alles terzijde, keurig en op de achtergrond.
Heel langzaam en nauwelijks voelbaar, groeien de verhoudingen in het gezin echter scheef.
Anne trekt meer naar haar vader, Judith naar haar moeder.
De spelletjes worden anders van aard, geheimzinniger, gebeuren achter gesloten deuren.
Meer en meer raakt Anne in een isolement, gehuld in haar laken als een cocon...
Maar Anne moest eerst doodgaan voordat de giftige gassen onder de oppervlakte van dit verziekte gezin konden ontsnappen
en de schuldige stilte kon worden verbroken.

Schrijf me in het zand beoogt geen sluitende analyse over incest te geven, geen volledige opening van zaken.
Het laat bij flitsen openbarende beelden zien, emoties van geschonden mensen, beelden van een raadselachtig geheel.
Soms lijkt het of de herinneringen van de personages zich onder water afspelen, in een ander domein dan de werkelijkheid.
De personages zijn niet realistisch, eerder verscherpt waargenomen, soms gedroomd, maar niet vaag,
eerder geselecteerde verhevigde momenten,
onontkoombaar als onder een vergrootglas waargenomen of op een operatietafel.
Traumatisch. Onuitwisbaar.


INEZ VAN DULLEMEN

Inez van Dullemen, Nederlandse prozaschrijfster, toneelschrijfster en journaliste
werd geboren in Amsterdam op 13 november 1925 als dochter van de schrijfster Jo van Dullemen-de Wit.
Ze volgde een opleiding tot logopediste, welk vak ze enige jaren uitoefende.
Ze debuteerde met “Ontmoeting met de andere” (1949).
In 1950 kreeg ze een reisbeurs voor “Het wiel “(1950) en reisde door Spanje en Frankrijk,
waar ze in Parijs mime- en toneelspeler Erik Vos ontmoette met wie ze in 1954 trouwde.
Tijdens een verblijf in de Verenigde Staten schreef ze reportages voor “de Volkskrant”,
die ze in 1967 bundelde in “Op zoek naar de olifant”.
Grotere bekendheid kreeg Van Dullemen met haar kroniek “Vroeger is dood” (1976),
geschreven naar aanleiding van het overlijden van haar ouders.
Het boek werd door Ine Schenkkan verfilmd.
Voor het Theater van het Oosten schreef ze in 1989 het toneelstuk “Schrijf me in het zand”.

Van Dullemen is in haar werk vrijwel voortdurend op zoek naar de echte drijfveren,
de werkelijke passies van haar personages.
Dat gebeurt ook in “Het gevorkte beest “(1986), die als haar belangrijkste roman wordt gezien
en die voor de AKO-prijs werd genomineerd.
In 1992 bewerkte ze de roman voor toneel
en onder de titel “Labyrint” werd het onder regie van Erik Vos op de planken gebracht.
Voor Toneelgroep De Appel, waarvan haar echtgenoot artistiek leider is,
maakt ze bewerkingen of vertalingen van toneelstukken.

In de roman “Het land van rood en zwart” (1993) laat ze een zeer oude vrouw terugblikken
op de afgelopen eeuw en die terugblik op een leven vol idealen leidt tot een negatief resultaat.
Van die idealen blijkt weinig terecht gekomen.
Inez van Dullemen kreeg voor deze roman de Henriëtte Roland Holstprijs 1996.

Met “Maria Sibylla, een ongebruikelijke passie” (2001) schreef Van Dullemen een vie romancée
over Maria Sibylle Merian, tekenares, schilderes en natuuronderzoekster uit de zeventiende eeuw
en bekend geworden door haar prachtige insecten- en bloementekeningen.

In 1989 kreeg ze de Anna Bijnsprijs voor haar gehele oeuvre.


Foto's
Startpagina



"EEN ZWARTE POOL" - 1998

Een ontredderend toneelspel van Karst Woudstra

Laureaat Toneeltoernooi Renaat Ravyts, 1998



HET VERHAAL

Als geld geen rol meer speelt, kan een mens echt ongelukkig worden.
Als de dagelijkse strijd om het bestaan is verdwenen,
komen existentiële eenzaamheid, leegte en angst tot volle ontplooiing.
Dat bewijzen de twee echtparen uit “Een Zwarte Pool”.

Op hun veertigste hebben de vier parvenu's hun schaapjes al ruim op het droge.
Ze wonen in kasten van huizen, hebben een topdesign interieur en echte kunst aan de muur.
Een decor waartegen hun innerlijk ongeluk schitterend afsteekt.

De twee echtparen lijken qua karakter niets op elkaar.
De wat zielige notaris Seiffert wordt geminacht door zijn ontrouwe, hitsige vrouw Lilly.
De zelfingenomen bal Daan, is getrouwd met Margriet, een wat suf, antisensueel 'derdewereldtype',
dat zich vooral drukt maakt om ecologisch verantwoorde verfsoorten.
Toch hebben allen één ding gemeen:
ze zijn doodongelukkig, en de twee huwelijken zijn vastgelopen.

Een illegale Poolse biologiestudent Zygmunt, hulpje in de huishouding, is nodig om dat duidelijk te maken.
Hij is arm en ongecompliceerd, maar authentiek en heeft weinig moeite met het bestaan.
Hij koestert slechts één wens:
naar de Galapagoseilanden om de reuzenalbatros te aanschouwen.
Hij functioneert slechts als spiegel voor de anderen zonder zelf echt tot leven te komen.
Geconfronteerd met deze naïeve onschuld, wordt de psychische ellende van de andere vier ontrafeld.

Neem Daan: alles gaat hem even goed af, vrouwen windt hij nog altijd om zijn vinger,
maar het overlijden van zijn vader en grote voorbeeld kan hij niet verwerken.
En de relatie met zijn vrouw is al jaren dood.
Zij, erg gevoelig, heeft haar toevlucht gezocht in alles wat vaag is.
Notaris Seiffert is ooit door zijn jeugdvriend Daan aan Lilly voorgesteld, met wie hij vervolgens getrouwd is.
Maar Daan en Lilly hebben al die jaren hun verhouding voortgezet.
Het is zelfs zo dat Lilly het niet met Seiffert kan doen als Daan het niet met haar heeft gedaan..
Voor Daan zijn het aangename tussendoortjes.
Voor Lilly de zingeving van haar bestaan.
Want haar eigen echtgenoot heeft haar eigenlijk nooit kunnen boeien.
Onhandig, saai, en latent homoseksueel.
De notaris kan in de verste verte niet tippen aan vlotte vriend Daan..….

Zygmunt de Pool werkt als katalysator tijdens een mislukt etentje
waarin de twee echtparen hun treurige ondergang tegemoet gaan.
Naarmate de avond vordert blijken hun levens evenwel te balanceren op de rand van een borrelende vulkaan,
waar elk woord de uitbarsting in gang kan zetten.
Men maakt zich beleefd druk over de wantoestanden in de wereld,
maar vergeet dat alles onmiddellijk als het eigenbelang in het geding komt.
In één avond worden de levens van de personages gereduceerd tot hoopjes ellende.
Nog tragischer is echter het vermoeden dat de meeste van hen
de volgende dag onveranderd op de oude voet verder gaan.

“Een zwarte Pool” is een zwartgallig maar tegelijk licht en geestig stuk.
Karst Woudstra legt op een niet mis te verstane, humorvolle wijze
de onmacht van de gefrustreerde mens bloot.
Hij speelt een meesterlijk spel met zijn dialogen.
Onder de feitelijke taal schuilt een wereld van
frustraties, kortzichtigheid, vernietigingsdrang, haat en aandoenlijke onmacht...

Het werd in 1992 voor het eerst gespeeld door 'Het Nationale Toneel'.


KARST WOUDSTRA

Voordat hij zich op theater stortte,
volgde Karst Woudstra (28 mei 1947) verschillende opleidingen
waaronder dramaturgie, vergelijkende literatuurwetenschap en Scandinavistiek.
Sinds eind jaren zeventig is hij actief als toneelschrijver en regisseur.
Woudstra wordt gezien als één van de meest vooraanstaande Nederlandse toneelschrijvers.
Zijn werk werd vertaald in het Engels, Spaans, Italiaans, Frans, Zweeds en Duits.
Behalve toneelschrijver en regisseur is Woudstra ook vertaler vanuit verschillende Europese talen.
Hij specialiseerde zich in de Scandinavische schrijvers Ibsen en Strindberg
en dankzij Woudstra’s vertalingen werd de Noorse schrijver Lars Norén ontdekt in Nederland en Vlaanderen.

In zijn toneelstukken worden de geloofwaardige realistische personages getekend door hun verleden.
De woorden die Karst Woudstra hen in de mond legt,
zijn het topje van een psychologische ijsberg.
In de huidige zapcultuur, die ook in het theater sporen heeft getrokken,
is een dergelijke knap geconstrueerde tekst,
die niet blijft steken in vorm, maar ook inhoudelijk weet te overtuigen,
een zeldzaamheid.

Tot zijn meest belangrijke werken behoren:
“Hofscenes”, “Kuokkala”, “Blauwe appel”, “Hubert Lambert”,
“De linkerhand van Meyerhold”, “Chevreau”, “Een donker uitzicht”, “Total Loss”,
“Duifje Klok”, “Een hond begraven”, “Rebecca Schwajger”, “Stilleven”
en “De stille grijzen van een winterse dag in Oostende” ( Taalunie Toneelschrijfprijs 1994)
Recenter zijn:
“De dood van Heracles”, “De worgengel”, “Spiegelsplinters”,
“Anterotikon” en “De kerstdagen”.

In 1994 werd hij bekroond met de Edmond Hustinx-prijs voor zijn gehele oeuvre


Foto's
Startpagina



"GOED" - 1997

Een muzikale tragedie van Cecil Philip Taylor

Eerste prijs Dialogenwedstrijd AKVT, 1998
Nominatie beste enscenering Roelandjuweel AKVT, 1998



HET VERHAAL

"Goed"
is het intrigerend en beklemmend verhaal over het sluipend ontwikkelingsproces van Rudolf Halder,
van romanschrijver en professor Duitse letterkunde aan de universiteit van Frankfurt
tot medeplichtige aan de verschrikkelijke vernietigingspraktijken van het Derde Rijk.
Met het mentale en morele proces van Halder,
een gewone, intelligente en 'goede' man, die verstrikt raakt in de gruwelijke nachtmerrie van de holocaust,
boort Taylor naar een aantal fundamentele facetten van de menselijke natuur,
die niet alleen in de samenleving van Nazi-Duitsland,
maar potentieel in ieder van ons aanwezig zijn.

"Goed"
is een indringende brok theater over het verdringen van de realiteit,
over het zich vastklampen aan bedrieglijke rationalisaties,
over het handelen tegen eigen morele overtuigingen in
en over misdaad in naam van gehoorzaamheid en plicht.

Hoewel het duidelijk is dat "Goed" gebaseerd is op feiten uit ons recente verleden
en dat sommige personages echt bestaan hebben,
is dit verhaal van hoe een "goed" mens verstrikt raakt in de nachtmerrie van het Derde Rijk,
het werk van de verbeelding.

"Waar deze muzikale tragedie over gaat, zal hopelijk duidelijk worden bij de voorstelling.
Als het stuk bewijst zo goed te zijn als we hopen dat het is,
zal het een speciale betekenis hebben voor iedereen die de voorstelling bijwoont.
Het schrijven van dit stuk is mijn antwoord op een enerzijds diep gevoel en sterk ervaren trauma uit de recente geschiedenis
- de oorlog van het Derde Rijk tegen de Joden -
en op een anderzijds niet zo diep gevoeld intellectueel bewustzijn
van mijn rol als "vredesmisdadiger" in de "vredesmisdaden" van de Westerse wereld tegen de derde wereld
- mijn rol in Auschwitz die wij vandaag met ons allen in stand houden.
Ik plaats misdaden tussen aanhalingstekens omdat mijn opvatting over geschiedenis,
die naar ik hoop uit het stuk zal blijken,
niet zo eenvoudig is dat ze mij toelaat de onmenselijke activiteiten van het Derde Rijk,
of van het Westen van vandaag,
eenvoudig als misdadig af te doen.
Als het probleem zo eenvoudig zou zijn, zou ook de oplossing dat kunnen zijn."
(Cecil Philip Taylor)


CECIL PHILIP TAYLOR

Cecil Philip Taylor werd in 1929 geboren in Glasgow.
In 1955 verhuisde hij naar Newcastle upon Tyne, de stad waar zijn moeder was opgegroeid.
Zijn eerste toneelwerk was “Aa Went to Blaydon Races” (1962).
In het “Live Theatre” in Newcastle ging zijn “Bandits" (1977) in première
en werd daarna opgevoerd door de “Royal Shakespeare Company”.
De “Tyne-Tees” opvoering van “And a Nightingale Sang” won in 1980 de Prix Europa.
Zijn meest succesvolle stuk was ongetwijfeld “Good” (1981).
Taylor’s toneelwerken waren ook het centrale thema tijdens het Edinburgh Festival.
Hij was eveneens de stichter van de “Northern Playwrights Society”.
Hij overleed in 1981 tengevolge van een longontsteking.


Foto's
Startpagina



"DE RAND VAN HET VERSTAND" - 1997
"VUUR IN DE SNEEUW" - 1994

Een intrigerend toneelspel van Sam Shepard

Tweede categorie Provinciaal klasseringstoernooi
Prijs beste enscenering Toneeltoernooi Renaat Ravijts, 1998



HET VERHAAL

“De rand van het verstand” is de kleine liefdesballade,
de kleine legende over een vreemd huwelijk tussen Jake en Beth.
Jake, zijn broer Frankie en zijn zus Sally vormen met hun moeder Lorraine de Californische familie.
De andere familie, Beth met haar broer Mike, moeder Meg en vader Baylor,
woont duizend mijl noordelijker, in Montana.
Twee verscheurde en totaal wereldvreemde “zieke” mensengroepjes
die wanhopig op zoek zijn naar liefde en naar de zin van hun bestaan.

“De rand van het verstand” gaat niet over vrouwenmishandeling of over sadomasochistische passie.
Daar begint het alleen maar mee.
Zoals in de Griekse tragedies gaat het veel meer over familie, het gevoel van noodlot, mensen die aan elkaar vastzitten.
Bloedbanden.
De familie als een gesloten wereld die een gevoel van claustrofobie oproept.
Een wereld vol spanningen en tegenstrijdigheden waarin de personages “opgesloten” en “verzand” zitten
en waaruit ze vruchteloos proberen te ontsnappen.
Allen zijn ze wanhopig vervreemd van elkaar en van zichzelf.
Allen staan ze op zichzelf….alleen.
Maar ondanks de onenigheid en de verdeeldheid en ondanks de schijnbaar onoverbrugbare kloof,
zijn ze niet in staat de bestaande onderlinge relaties en bloedbanden te negeren.
Ze zitten “gevangen” in de absurditeit van hun relaties:
een demonische gehechtheid die ze nodig hebben om zin te geven aan hun leven en om te overleven,
maar die evenzeer de bron van hun pijn is.
Deze mensen kunnen niet samenleven maar kunnen evenmin alleen blijven.
Wanneer ze uit elkaar gaan, verliezen ze immers een stuk van zichzelf.
Toch zijn ze geneigd zich, keer op keer, terug te trekken in een “leegte”,
weg van hun pijn, van hun relaties en van hun bestaan, op zoek naar waarheden waarin ze niet langer meer geloven.
Toch proberen ze zich, keer op keer, terug te trekken in een “eenzame woestijn”
waar ze echter van elk sociaal contact vervreemd raken en zo hun eigen identiteit verliezen en zelfs vernietigen.

Het drama begint echter wanneer ze zichzelf deze “troost” niet meer gunnen
of wanneer ze bij hun terugkeer opnieuw een liefdeloze en hopeloze wereld terugvinden.
Hun onmacht en hun frustratie raken ze alleen maar kwijt in fysieke agressie.
De personages stralen dan ook voortdurend lichamelijke dreiging uit.
Maar het echte geweld is een innerlijke kracht die weinig nodig heeft om te ontploffen in emotionele uitbarstingen.
Ze zijn niet in staat hun ware gevoelens te uiten en begrijpen zelfs hun eigen motieven niet.
Ze leven instinctief in een eigen leefwereld
van scheefgetrokken emoties, broeierige passies, gezwollen aders, onregelmatige hartkloppingen en kolkende buikgeluiden….
Hun “gedachtenleugen” koesterend zodat ze de consequenties van de verschrikkelijke waarheid niet hoeven te dragen
en krankzinnig door hun obsessies, balanceren ze voortdurend op “de rand van het verstand”.

Waanzin staat oog in oog met verslagenheid,
hallucinante gruwel met naïeve droom, dreiging met koestering,
afgekookte liefde met liefdesvuur dat misschien gedoemd is om alleen maar als kwelling in de verbeelding verder te leven….

“Lijkt wel vuur in de sneeuw! Hoe kan dat nu?”…..


SAM SHEPARD

Het is niet verrassend dat de zoektocht naar identiteit centraal staat in het werk
van iemand die tijdens een busrit naar New York zijn eigen naam op 19 jarige leeftijd heeft laten veranderen
van Steve Rogers naar Sam Shepard .
Nog geen jaar later zag hij zijn eerste eenakters in première gaan
en won hij de eerste van zijn in totaal 10 "Obie Awards* voor de eenakters “Chicago”, “Icarus’s mother” en “Red Cross”.

Sam Shepard (1943) is zonder twijfel één van de meest vooraanstaande Amerikaanse toneelauteurs.
Hij heeft inmiddels méér dan veertig toneelstukken op zijn naam staan.
Voor "Buried Child" (1979) werd hem de Pullitzerprijs toegekend.
Hij was ook betrokken bij de scenario's van films als "Zabriski Point" en "Paris, Texas" (Palme d’Or in Cannes).

Zijn werk vertoont invloeden van de toneelschrijver Beckett en de regisseur en docent Joseph Chaikin.
Sam Shepard is gefascineerd door het vervagende ‘Westen’ van Amerika.
In zijn werk staan over het algemeen cowboy-achtige zwervers, aan lager wal geraakte rocksterren
of anderen die op het randje van de afgrond leven centraal,
bijna als metaforen voor het verdwijnen van de bestaande wereld.
Ze zijn op zoek naar een identiteit.
Ze wantrouwen de buitenwereld maar ze worden desondanks voortdurend belazerd.
Een lap woestijngrond wordt hen afgeschilderd als een prachtige belegging en ze geloven het.
Ze proberen de situatie meester te worden maar het lukt ze niet.

Zijn stukken verwijzen naar allerhande symbolen en iconen uit de Amerikaanse cultuur.
Opmerkelijk genoeg is Shepard bij het "grote" publiek vooral bekend als acteur van personages
die juist zo een symbolische uitstraling hebben.

Hij speelde in méér dan veertig film- en televisieproducties en werd onder andere genomineerd
voor een Oscar voor de rol van de legendarische testpiloot Chuck Yeager in "The Right Stuff".
Zijn partner is de actrice Jessica Lange.

Shepard is ook geen onbekende in de rock'n'roll-scene.
Hij deelde een flat met de zoon van Charlie Mingus, had een verhouding met rockdichteres Patti Smith
en werkte onder andere samen met Bob Dylan.
Zijn vroegste werk, uit de jaren zestig, is doorspekt met verwijzingen naar de rockcultuur
en werd door Shepard zelf wel omschreven als een jamsessie.
Hij is overigens geen onverdienstelijke drummer.

Het stuk "Curse of the starving class" dateert uit 1976.
Het is het eerste van het drietal familyplays (gevolgd door het prijswinnende "Buried Child" en "True West").

"Bloed" is in veel opzichten typerend voor Shepards werk.
Het vertoont autobiografische elementen, in het bijzonder in de persoon van de vader.
Shepards vader was een piloot en een alcoholist met een licht ontvlambaar karakter,
die al op jonge leeftijd de familieboerderij moest zien te runnen.
Deze vaderfiguur duikt regelmatig op in het werk van Shepard.

In een interview in 1986 beschreef Shepard hoe hij boven de woestijn eens een havik had gezien
die werd achtervolgd door een stel kraaien.
Hij identificeerde zich sterk met de havik en zag maar één manier om te ontsnappen:
"Outfly them. Avoid situations that are going to take pieces of you. And hide out."


Foto's

"De rand van het verstand"

Foto's

"Vuur in de sneeuw"

Startpagina



"DE NACHTEGAAL ZONG" - 1996

Een oorlogskomedie door Cecil Philip Taylor

Nominatie beste productie Roelandjuweel AKVT, 1997






HET VERHAAL

Newcastle, september 1939.
Engeland staat aan de vooravond van de tweede wereldoorlog.
De familie Stott
- pa Georges, ma Peggy, hun twee dochters Helen en Joyce en bompa Andy-
is zich amper bewust van deze dreiging.
Ze heeft het veel te druk met haar eigen kleine problemen, die de naderende verschrikking in de schaduw stellen.

Helen voert ons mee doorheen haar herinneringen
en vertelt ons het verhaal en de lotgevallen van haar en haar familieleden tijdens de oorlogsjaren.
Tegen de achtergrond van sirenes, gasaanvallen en bombardementen
en in een tijd van schuilkelders, rantsoenzegels en oproepbrieven,
draait hun wereldje gewoon verder rond.
Rond dode honden, onophoudelijk pianogetokkel, lachende Mariabeelden, gescheurde kranten, stinkende vis,
boterhammen met cornedbeef, schone agenten, depressieve paters, eindeloze tassen thee....

Helen's verhaal is er echter ook één van ontluikende liefdes met verwachtingen en ontgoochelingen,
van vreugde en verdriet, van hoop en wanhoop, van begrip en onbegrip,
van waarheid en leugen, van lot en noodlot....

"De nachtegaal zong"
- naar een lied van Vera Lynn -
is een komische, maar vaak ook ontroerende oorlogskroniek over grote en minder grote problemen,
in de nostalgische sfeer van het leven en de muziek van de veertiger jaren.


CECIL PHILIP TAYLOR

Cecil Philip Taylor werd in 1929 geboren in Glasgow.
In 1955 verhuisde hij naar Newcastle upon Tyne, de stad waar zijn moeder was opgegroeid.
Zijn eerste toneelwerk was “Aa Went to Blaydon Races” (1962).
In het “Live Theatre” in Newcastle ging zijn “Bandits" (1977) in première
en werd daarna opgevoerd door de “Royal Shakespeare Company”.
De “Tyne-Tees” opvoering van “And a Nightingale Sang” won in 1980 de Prix Europa.
Zijn meest succesvolle stuk was ongetwijfeld “Good” (1981).
Taylor’s toneelwerken waren ook het centrale thema tijdens het Edinburgh Festival.
Hij was eveneens de stichter van de “Northern Playwrights Society”.
Hij overleed in 1981 tengevolge van een longontsteking.


Startpagina



"SAVANNAH BAY" - 1996

Een intimistisch toneelspel van Marguérite Duras




HET VERHAAL

Je weet niet meer wie je bent,
wie je bent geweest.
Je weet dat je gespeeld hebt,
je weet niet meer wat je gespeeld hebt,
wat je speelt.
Je speelt,
je weet dat je spelen moet.
Je weet niet meer wat,
je speelt.
Niet wat je rollen zijn,
niet wie je kinderen zijn,
in leven of gestorven.
in welke theaters, hoofdsteden, werelddelen,
je de hartstocht van gelieven hebt uitgeschreeuwd.
Alleen dat het publiek heeft betaald en recht heeft op de voorstelling.

Je bent de toneelspeler,
het eeuwige tijdloze van de wereld verwezenlijkt,
in alle onmetelijkheid ten leste verlost.
Je bent alles vergeten,
behalve Savannah,
Savannah Bay.

Savannah Bay
Dat ben jij.


MARGUERITE DURAS

Marguerite Duras (Marguerite Donnadieu) werd op 4 april 1914 in Gia Dinh in Indochina geboren.
Na het behalen van haar baccalaureaatdiploma in 1932, verlaat zij Saigon
en reist naar Frankrijk om er haar studies verder te zetten aan de Sorbonne in Parijs.
Ze studeert er wiskunde, rechten en politieke wetenschappen.
Daar ontmoet zij Robert Antelme en Dionys Mascolo
met wie zij samen tijdens de tweede Wereldoorlog het verzet en de communistische partij ingaat.
In die periode publiceert zij moeizaam haar eerste werken: “Les Impudents” en “La Vie tranquille”.
In 1944 wordt haar echtgenoot, Robert Antelme, aangehouden en naar Dachau gedeporteerd.
Bij zijn bevrijding keert hij terug naar zijn vrouw in hun woning in Parijs. In 1947 scheiden ze.
Marguerite Duras hertrouwt met Dionys Mascolo.
Zij begint met de bewerking van theaterstukken en filmproducties, maar gaat eveneens door met schrijven.
In 1958 publiceert zij “Moderato Cantabile” en schrijft ze de dialogen voor “Hiroshima mon amour" van Alain Resnais.
Daarna volgen romans, verhalen, novellen en scenario's
die "de onrust van de moderne mens" en "het wanhopig proberen een brug te slaan tussen de in eenzaamheid levende figuren",
tot onderwerp hebben.
In 1969 gaat zij zelf films realiseren:
“Détruire, dit-elle”, “Nathalie Granger”, “India Song”, “La Femme du Gange”, “Le Camion”, “Les Mains négatives”,
“Césarée”, “Aurélia Steiner-Melbourne” en “Aurélia Steiner-Vancouver”.
Sinds het succes van de film “India Song” (1975) schreef Duras tot aan haar dood afwisselend romans en filmscenario's.
Met haar roman “l’Amant” (1984) boekt zij veel succes en wint ze de Prix Goncourt.
De roman wordt vertaald in ongeveer veertig talen en verfilmd door Jean-Jacques Annaud.

Het oeuvre van Marguerite Duras neemt een aparte plaats in binnen het Franse postmodernisme.
Officieel wordt het niet tot de nouveau roman gerekend, maar het heeft er wel aanknopingspunten mee.
Ook zij tracht “wat niet gezegd is”, “de verdrongen of verzwegen gevoelens” van haar personages voelbaar te maken.
Duras vecht tegen vele vormen van culturele en sociale vervreemding.
Haar werk gaat onder meer over de sociale en familiale relatie, de onmogelijkheid van de liefde tussen man en vrouw,
het uitstellen van de inlossing van verlangen, de dood van het verlangen.
Ze integreert autobiografische gevoelens met betrekking tot liefde, haat, verdriet en dood.

Duras overleed op 3 maart 1996 in haar woning in St. Germain des Prés in Parijs.


Foto's
Startpagina



"EEN GEUR VAN BLOEMEN" - 1995

Een imponerend toneelspel van James Saunders

Eerste categorie Provinciaal klasseringstoernooi



HET VERHAAL

Isis is een jong meisje.
Ze is de belichaming van de dwang tot leven.
Maar ze treedt in het stuk op als dode.
Pas dood is ze aan het begin, wanneer de doodgravers verschijnen.
Werkelijk dood,
eindelijk zich gewonnen gevend en uitgewist uit het bestaan van anderen,
is ze aan het eind van het stuk,
als de doodgravers als laatsten het kerkhof verlaten.

Daartussen de conflicten.
De relatie met haar familieleden wordt zichtbaar:
de wat schimmige verstandhouding met haar vader,
de haat tegen haar koele stiefmoeder,
het gezellige klein-meisje-spelen bij oom,
tot het daar op schoot niet veilig blijkt.
De grootste plaats neemt Godfried in, haar stiefbroer.
Broertje en zusje zijn ze, en soms lijkt het op minnaar en minnares.
De conflicten met de anderen spitsen zich toe,
naarmate zich in Isis het conflict toespitst
tussen haar liefde voor een getrouwde man en het verbod dat de kerk daarbij oplegt,
het conflict tussen een levensnoodzaak
en een onverbiddelijk moreel systeem met hemels gezag.

De oplossing heeft de vorm van een nieuw conflict...


JAMES SAUNDERS



Foto's
Startpagina



"NA DE ZONDEVAL" - 1994

Een beklemmend toneelspel van Arthur Miller

Beste productie Festival van het Amateurtoneel - Gent - 1995



HET VERHAAL

Na twee scheidingen staat Quentin voor de bijna onmogelijke keuze
of hij zich voor een derde maal aan een vrouw zal binden.
Met de toeschouwer als getuige,
geeft hij zich in een morele striptease bloot en haalt hij zich zijn herinneringen voor de geest,
in de hoop 'het geneesmiddel' te vinden voor zijn tekortkomingen.

Wordt intimiteit niet altijd gevolgd door vervreemding?
Is het huwelijk 'de dood van de liefde' en is hij daar zelf aansprakelijk voor?
Quentin lijkt te lijden aan een absurde schuldobsessie,
waarbij andermans fouten en misdaden zijn verantwoordelijkheid worden.
Eindeloos is dan ook zijn verlokking naar onschuld.
Maar hoe nader hij het bekijkt, hoe verder het paradijs lijkt weg te glippen.
Wie kan immers ooit nog hopen onschuldig te zijn...na de zondeval?.

"Na de zondeval"
is het drama van de onwil of de onmacht van de mens
om in zichzelf de kiemen van zijn eigen destructie te ontdekken.


ARTHUR MILLER

Arthur Miller werd geboren in New York City in 1915 als de zoon van een welvarende kleermaker,
van wie de zaak over de kop ging tijdens de Grote Depressie van 1929-31.
Die ervaring versterkte zijn instinctieve radicalisme en versnelde zijn politieke bewustwording.
Miller werkte aanvankelijk in een warenhuis tot hij genoeg geld had om te studeren aan de universiteit van Michigan
waar hij journalistiek en scenarioschrijven volgde.
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, verhuisde Miller terug naar New York.

Zijn eerste succesvolle stuk “'All My Sons” ging op Broadway in première 1947.
Het ging in tegen de corruptie in de wapenindustrie,
waarbij de verkoop van slechte vliegtuigen aan de Amerikaanse luchtmacht leidde tot de dood van jonge militairen.
Zijn tweede stuk “Death of a Salesman” (1949) kreeg de Pulitzerprijs en oogstte wereldwijd succes.
Het werk staat symbool voor de kritiek op de 'American Dream'.

De depressie in de V.S. in de jaren '30 had grote invloed op het leven van Miller.
In zijn toneelwerken wordt vaak uitgebeeld hoe gezinnen worden vernield door valse voorwaarden.
Miller was sociaal bewogen en toonde groot inzicht in de persoonlijke zwakte van zijn personages.

Het 'House un-American Activities Committee' (HUAC) werd oorspronkelijk door het parlement opgezet
om de naziactiviteiten in de VS te onderzoeken,
maar onder leiding van Richard Nixon veranderde het al snel naar een orgaan
dat vooral bezig was met anticommunistische activiteiten.
In de jaren 1950 werd het comité een instrument van het rabiate anticommunisme van senator Joe McCarthy
die daarbij gesteund werd door de rechtse republikeinen die wraak wilden voor de New Deal van Roosevelt.
Er werd ingespeeld op een klimaat van angst dat versterkt werd door het bestaan van het Oostblok
en de opkomst van het communisme in China in 1949.
De heksenjacht van McCarthy richtte zich onder meer tegen de filmindustrie
als broeihaard van verleiding en communistische sympathie.
Een sfeer van angst en onzekerheid overheerste in de VS.
Honderden activisten en radicale liberalen,
die verschillende vredescampagnes hadden gesteund tijdens en na de oorlog,
moesten voor de HUAC verschijnen en werden gevraagd of ze ooit lid waren geweest van de Communistische Partij.
Wie weigerde te antwoorden, werd vervolgd.
Wie positief antwoordde, moest zich verontschuldigen
en de namen geven van vrienden en collega's die deelnamen aan bijeenkomsten van de CP.
Indien negatief werd geantwoord, moest dit worden bewezen: omgekeerde bewijslast dus.
Wie weigerde namen te geven, werd geconfronteerd met gevangenisstraffen of kon geen werk meer vinden.
Arthur Miller was geschokt door deze inbreuk op de mensenrechten en schreef “The Crucible” (1953),
een stuk waarin de activiteiten van het HUAC aan bod kwamen.
In 1955 volgde “A view from the bridge” .

In het succesrijke, naoorlogse Amerika voelde Miller zeer scherp de nieuwe maatschappelijke verhoudingen,
conflicten en problemen aan, zoals de massificatie, de massaconsumptie en een meedogenloze reclame,
die de producten van de op volle toeren draaiende industrie aan de man moest brengen.
In 1956 kwam de naam van Arthur Miller in bijna alle populaire media toen hij trouwde met Marilyn Monroe
en ook toen hij schuldig werd bevonden aan de weigering om namen door te geven aan de HUAC.
In navolging hiervan schreef hij “After the fall” (“Na de zondeval”)(1964).
Na "Incident at Vichy" (1965) en "The price"(1968) behaalden zijn werken nooit meer hetzelfde niveau.

In de jaren '90 nam Miller afstand van het theatermilieu in New York en verbleef hij meer in Groot-Brittannië.
In één van zijn laatste artikels bekritiseerde hij het theater van Broadway
omdat het zich volledig had neergelegd bij de glitter en glamour van de showbusiness.

Arthur Miller is een van de belangrijkste auteurs van het naoorlogse Amerikaanse toneel.
Hij toont zich gefascineerd door het menselijk tekort en en geeft tevens blijk van een grote sociale betrokkenheid.
Terwijl hij veel schreef over de donkere kant van de samenleving,
legde hij wel steeds de nadruk op de positieve mogelijkheden van de mens.
Als theaterauteur heeft hij een zeer sterk gevoel voor ethiek, sociale problemen, en stijl.
Hij belicht het sociale leven van de gemiddelde, kleine Amerikaan dat gebaseerd is op het materialisme/consumentisme
en gebruikt daartoe de techniek van het Europees naturalisme, de vervreemdingstechniek van Brecht en filmtechnieken.

De Amerikaanse schrijver en scenarist Arthur Miller overleed op 9 februari 2005 na een strijd tegen kanker.


Foto's
Startpagina



"KOU VAN JOU" - 1993

Een absurde komedie van Murray Schisgal




HET VERHAAL

Vijftien jaar nadat ze samen zijn afgestudeerd aan de universiteit,
ontmoeten Milt Manville en Harry Berlin elkaar toevallig onder eerder ongewone en merkwaardige omstandigheden.
Milt is gelukkig(?) gehuwd met Ellen en heeft het schijnbaar professioneel helemaal gemaakt.
Hij houdt er zelfs nog een lucratief bijbaantje op na.
Harry is nog steeds vrijgezel(?) en zit aan de rand van de afgrond. Alles zakt in mekaar.
Zelfvertrouwen en roem versus wanhoop en ontgoocheling.

Maar maken geld, macht en invloed alleen gelukkig?
Hoelang kan men doorgaan met leven zonder in iets te geloven?
Dàt is het probleem waar Milt en Harry voor staan.

En "de liefde" dan?
Ja, probeer het met "de liefde", er is niets mooiers in de wereld!
Ach, daar lees je over, daar hoor je van alles over. Maar waar is die? Waar??
En dan is er....Ellen! Intellectuele hoogvlieger, maar nooit echt "vrouw' en "moeder" kunnen zijn....

Drie mensen, hun verleden met zich meeslepend en verstrikt in een wirwar van gevoelens en obsessies.
Drie mensen op zoek naar "de liefde".....


Schisgal toont in 'Kou van jou" dat doodgewone menselijke gevoelens in onze tijd naar een gesofisticeerde frekwentie worden opgepept.
Het "gevoel" is zodanig ontaard dat men, om het uit te drukken,
gebruik moet maken van expressies die aanleunen bij actuele ervaringen, gedachten en gedragingen.
Liefde is niet rationeel te verklaren. Liefde is geen artikel dat je per kilogram koopt.
Vragen als "waarom hou je van mij?", hoeveel hou je van mij?", "hou je liever van mij dan?"
zijn niet vanuit ons verstand te beantwoorden.
Precies met dit probleem worden Harry, Milt en Ellen voortdurend geconfronteerd en kwellen ze elkaar.
Ze zijn, als intellectuelen, amper of niet in staat hun gevoelens uit te drukken.
"Ik hou van jou!"....
Harry kan het bijna niet over zijn lippen krijgen en gelooft in de romantiek van de vogels, de zon, de sterren....!
Milt worstelt met gevoelens als "lief", "verliefdheid" en "liefde" en draait volgens de wind zoals hij van kleren verandert!
Ellen pakt uit met een wetenschappelijke liefdesverklaring en sex!
Harry, Milt en Ellen verdienen duidelijk elkaar,
niemand anders zou één van hen zo ernstig nemen zoals zij elkaar of zichzelf nemen.
Alle drie hebben ze "hun" visie op liefde, huwelijk, sex, trouw...
Maar die blijkt dan steeds maar niet te kloppen met die van de ander!

Herhaal tienmaal snel "ik hou van jou" en er rest alleen nog
"KOU VAN JOU"
als een soort verbastering!
Schisgal houdt ons de kille spiegel voor van een pijnlijk ontaard mensbeeld.
Maar hij besprenkelt alles met satire, de magie van een clown, melodrama, parodie, absurditeit, grand-guignole, pathetiek...
Het is (glim-)lachen met het opblazen van onze hedendaagse manieren, obsessies, frustraties
en omdat bijna iedere repliek een verassing inhoudt.


MURRAY SCHISGAL

Murray Schisgal werd geboren in New York op 25 november 1926.
Na zijn legerdienst als radiotechnicus bij de U.S. Navy, studeert hij aan het Brooklyn Muziekconservatorium, de Long Island Universiteit,
de Brooklyn Law School('53) en de New School for Social Research ('59).
Tijdens de veertiger jaren verdient hij zijn brood als jazzmuzikant, is hij van '53 tot '55 advocaat
en stapt hij de daaropvolgende jaren in het onderwijs op verschillende scholen in New York.
Vanaf 1960 wordt hij fulltime toneelauteur.

De erkenning van de Amerikaanse toneelcritici komt er pas nadat Schisgal als toneelauteur reeds aanzienlijke successen heeft geboekt in Londen.
Zijn eerste toneelwerken - "The Typists", "The Tiger" en "Ducks and Lovers" -
worden inderdaad allemaal eerst in Londen opgevoerd.

Na het grote succes van "Kou van jou" ("Luv"), dat in Londen in première gaat in 1963 en in New York in 1964,
lijkt de carrière van Schisgal als toneelauteur verzekerd.
Hij ontvangt voor "Kou van jou"de Vernon Rice Award en de Outer Circle Award.
Met de regelmaat van de klok blijft hij doorheen de zestiger en zeventiger jaren nieuwe stukken schrijven:
"Windows"('65), "Memorial Day"('68), "Jimmy Shine"('68), "A way of life"('69),
"All over Town"('71), "The Pushcart Peddlers"('79), "The New-Yorkers"('81),.....
In 1983 is hij co-auteur van het screenplay voor "Tootsie" (met Dustin Hoffman),
waarvoor hij de National Society of Filmcritics Award en de Writers Guild Award ontvangt.

De eerste stukken van Schisgal worden beschouwd als een stap het avant-gardetheater vooruit en nog absurder dan het werk van de absurdisten.
Zijn werken van de late zestiger jaren worden echter minder prettig en veel actueler in de problemen die ze behandelen.
De critici echter verliezen snel interesse voor zijn werk en zo is hij één van de weinige toneelauteurs
die in het theater een echte carrière heeft uitgebouwd,
maar die geen welomlijnde plaats heeft verworven in de Amerikaanse cultuur- of toneelgeschiedenis.


Foto's
Startpagina



"DE NACHT DER MOORDENAARS" - 1992

Een imponerend toneelspel van José Triana

Geselecteerd voor het Festival van het Amateurtoneel - Gent - 1993



HET VERHAAL

Lalo en zijn zussen Cuca en Beba zijn kinderen in een gezin
dat alleen maar voor de buitenwereld een schijn van liefde en zorg wenst op te houden,
terwijl er in werkelijkheid alleen een belangen- en machtsstrijd plaatsgrijpt
en waar het eigen waardesysteem van de ouders zonder rechtvaardiging aan de kinderen wordt opgedrongen.
Het woord "liefde" wordt in dit gezin slechts vals gebruikt
om de bestaande autoritaire opvoeding te rechtvaardigen of te bestendigen.

Op een zolderkamer, waar het stof van vandaag de dingen van gisteren toedekt,
voeren ze keer na keer een gruwelijk en ritueel spel op met als thema
de moord op hun ouders.
Om in een sfeer van onderdrukking te kunnen overleven, is uitschakeling van de verdrukker immers nodig.

Hun spel is echter niet zomaar een tijdverdrijf.
Het is een obsessie voor ze, het is één noodkreet naar liefde en affectie.
Hun spel is een heen en weer slingerende zoektocht naar een eigen autonome identiteit.
Ze spelen in "hun voorstelling" voortdurend, vaak met onverwachte en abrupte wissels,
verschillende rollen, zowel in het heden als in het verleden (vader, moeder, familie, buren, politie, rechter....).
Ze zijn één personage en ze zijn er drie, ze kunnen er ook twintig zijn.

Hun spel is een theatrale revolte die geleid wordt
door onbegrip, valsheid, haat, wrok, machtsmisbruik, domheid, wreedheid....

De vraag is echter of Lalo, Cuca en Beba de stap van revolte naar revolutie kunnen zetten?
Zal er na de "ouder-tirannen-moord" een echte verandering te voorzien zijn?
Of zal er zich slechts een vervanging van machtshebbers voordoen, een rëeel gevaar dat elke opstand bedreigt?
Zijn Lalo, Cuca en Beba slachtoffers van een systeem?
Zijn ze laffe burgerlijke marionetten en uit de revolte zich slechts in woorden?
Scheppen ze zich door hun spel slechts een schijnwereld, net zoals hun ouders, om niet te moeten handelen?
Zal Lalo later zijn kinderen net zo beestachtig en onverantwoord opvoeden zoals dat met hem gebeurde?
Of zullen ze op een dag toch hun ouders vermoorden?

Triana valt op een harde, ruwe en hoogst ritmische manier een vorm van leven aan, van handelen,
die hij meegemaakt heeft voor de revolutie in Cuba en die is gebleven tijdens de revolutie.
"De nacht der moordenaars" zien als een stuk enkel en alleen over een familie in de revolutie,
is de waarde van het stuk negeren.
De thematiek wordt universeel en stijgt er bovenuit
als we ons losmaken van het anekdotische van de personages en dit stuk ook zien
als een symbool voor de kankerplekken voor de ganse maatschappij.


JOSE TRIANA

José Triana werd geboren in 1931 te Bayoma op Cuba.
Hij studeerde te Santiago en was eerst enige tijd onderwijzer.
Stilaan begon hij zich naast de literatuur ook te interesseren voor het toneelschrijven op zich
en week daarvoor uit naar Spanje om er een betere scholing te kunnen krijgen via theaterseminaries.
In Madrid werden zijn eerste twee korte stukken opgevoerd (o.a. "El Mayor General").
Na de revolutie keerde Triana naar Cuba terug en schreef er,
onder invloed van de ideeën van Artaud en Virgilis Pinera, naast "De nacht der moordenaars" ("La Noche de los Asesinos")(1964),
"Medea in de spiegel", "De dood van de sterkste", "Het park van de broederschap" en "Het bezoek van de engel".
"De nacht der moordenaars" werd opgevoerd tijdens het Festival Théatre des Nations te Parijs
en op de festivals van Avignon, Venetië, Genève en Luik.


Foto's
Startpagina



"HET WEMELBED" - 1991

Een bizarre komedie van Walter Van den Broeck

Geselecteerd voor het Festival van het Amateurtoneel - Gent - 1991



HET VERHAAL

Arnold en Laura Verlinden besluiten om na 10 jaar hun huwelijksreis over te doen
om hun vastgelopen relatie een nieuwe sex-impuls te geven.
Daarom heeft de lepe Laura hetzelfde hotel in Spanje geboekt,
waar het koppel 10 jaar geleden hun huwelijksreis doorbracht.
Om het even "driftig" als indertijd te laten verlopen,
logeren ze ook in dezelfde kamer
en ja,
daar staat nog altijd hetzelfde hemelbed.

Laura droomt ervan om gedurende één week extra verwend te worden door haar droomprins,
maar de eerste dag al komt er een deuk in
als Arnold toegeeft dat hij heimelijk verliefd is op zijn gescheiden schoonzus Liesbeth,
die de trip naar Spanje ook meemaakt.
Laura stemt er uiteindelijk in toe dat haar echtgenoot het bed eens deelt met Liesbeth,
er aan denkend dat hij daarna weer haar "hete sloerie" wordt
en dat het "wemelbed" de volgende dagen zijn naam alle eer aandoet.

En dat bed blijft een rode draad doorheen het hele verhaal,
want als je dacht dat als de twee vrouwen samen het "wemelbed " induiken,
je alles gezien hebt,
kom je bedrogen uit...!!


WALTER VAN DEN BROECK

Walter Van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941.
Zijn cynisch geschreven roman “De troonopvolger”' (1967) zorgde voor een opvallend debuut.
In zijn latere romans schreef hij in een geheel eigen, humoristische stijl veel onvrede van zich af
over de politiek (“In beslag genomen”, 1972),
over de sleur van het familieleven (“De dag dat Lester Saigon kwam”, 1975)
en over familietradities (“Aantekeningen van een stambewaarder”, 1977).

Grote bijval oogstte zijn toneelstuk “Groenten uit Balen” (1972) dat,
spelend tegen de achtergrond van een staking in een Balens bedrijf,
de humor als efficiënt kritisch wapen weet te gebruiken.
Het vervolg, “Tien jaar later: 't Jaar 10!” (1982), riep op tot een hernieuwd solidariteitsgevoel onder de arbeiders.

In 1980 verscheen “ Brief aan Boudewijn “, waarin hij zich openhartig tot het Belgische staatshoofd richt,
vooruitlopend op diens vertrek na de splijting van zijn land.
Voor "Brief aan Boudewijn” ontving Van den Broeck de Henriëtte Roland Holstprijs 1982.
Uit het eerste deel van deze cyclus werd het succesvolle toneelstuk “De Tuinman van de Koning”' gedistilleerd.
Zijn roman “Het beleg van Laken” (1985) is het vervolg op “Brief aan Boudewijn”.
In 2001 verscheen “Een lichtgevoelige jongen”.

Tot zijn verder toneelwerk,
waarvoor hij in 1981 de SABAM-prijs voor toneel kreeg toegekend,
behoren “Mazelen” (1972), “De rekening van het kind” (1973), “Een andere Vermeer” (1974), “Greenwich” (1974),
“'Het wemelbed” (1978), “Tot nut van ’t algemeen” (1979), “Au bouillon belge” (1980),
"Het proces Xhenceval" (1990) en "De Ronde van Vlaanderen” (1999).
Vooral uit zijn toneelwerk,
waarvoor hij in 1982 de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneel ontving,
blijkt een grote sociale bekommernis,
waarbij ironie en satire voor een relativerende en humoristische ondertoon blijven zorgen.


Foto's
Startpagina



"BEDSIDE-STORY" - 1992

Een knettergekke komedie van Alan Ayckbourn




HET VERHAAL

Drie slaapkamers en evenveel bedden vormen in deze Bedside-story het slagveld waar,
na de gekende stilte, de storm in vier huwelijken losbarst.

Nestor en Cécile, een bedaard koppel, vieren hun zoveelste huwelijksverjaardag.
Wat kunnen ze dan beter bedenken dan zich eens goed te laten bedienen in hun lievelingsrestaurant.
Ook al start hun avond niet zo fantastisch,
ze kunnen niet vermoeden dat hun slaapkamer nog een 'meisjesslaapzaal' wordt!

Nico, een bedreven zakenman, is bedlegerig door een bedenkelijke rugkwaal.
Als zijn bedgenote Jenny dan maar alleen naar een party moet,
weet ook hij nog niet dat zijn gedwongen bedrust van korte duur zal zijn
en dat zijn slaapkamer méér weg zal krijgen van de Brusselse Ring...op het spitsuur!

Bedoelde party is de instuif die Mark en Kaat, een kirrend tortelduifkoppeltje,
geven ter inzegening van hun nieuw liefdesnestje.
Ook zij zijn er niet op bedacht dat de veren zullen rondstuiven
en dat hun slaapkamer een boksring wordt!

Gregoor en Suzy, een bedeesd bedpaar, waarvan we in deze story de bedstede niet te zien krijgen,
zijn de bekende hond in het kegelspel.
Met hun bedproblemen slagen zij erin,
in één nacht tijd,
van mooie dromen een nachtmerrie te maken......


ALAN AYCKBOURN

Alan Ayckbourn, geboren in 1939 in een Londense voorstad,
is een theaterbeest in hart en nieren.
Al van in zijn schooltijd had de theatermicrobe hem te pakken
en eens afgestudeerd, wijdde hij zich volledig aan deze grote liefde.
Eerst als acteur en regisseur in Oxford, Stoke-on-Trent en later in Scarborough.
Hier werd hij lid van het "Library Theatre" .
Zijn eerste twee zelfgeschreven stukken werden een flop en Alan besloot met het schrijven op te houden.
Hij vond werk bij de BBC en regisseerde er vooral luisterspelen.
Hieruit putte hij zoveel ervaring dat hij, na enkele jaren, wéér zélf gaat schrijven.

Het eerste succes komt er in 1967 met "Slippers".
Drie jaar later wordt hij directeur en artistiek leider van het “Library Theatre”.
Al zijn volgende stukken worden daar gecreëerd, in eigen regie, meestal in een “en rond”- opstelling.
Alléén de daar succesvolle stukken worden achteraf ook in Londen opgevoerd.

Alan Ayckbourn heeft, tot nu toe, meer dan 40 stukken op zijn actief.
De meest bekende zijn "Liefde half om half","Slippers","Bedden",
"Verwarringen","Driemaal Kerstmis" en de trilogie "The Norman Conquest".

De meeste van zijn stukken worden gekenmerkt door een ingenieus ontwikkelde plot
waarin hij vertrekt vanuit een door hemzelf bedachte "onmogelijke toneelsituatie".
Tijd en ruimte worden op het toneelplateau meesterlijk verweven.

Alan Ayckbourn is ongetwijfeld één van de meest productieve toneelauteurs van de laatste decennia.
Men vergelijkt hem met Feydeau, Tjechov, Pinter en Woody Allen.
De schrijver van "ordinaire komedies" is de laatste jaren tot een respectabele kunstenaar gepromoveerd.
In zijn stukken is een duidelijke evolutie waarneembaar.
Hij ontwikkelde zich van een banale blijspelauteur
tot iemand die minutieus de schrijnende en belachelijke aspecten van onszelf en onze omgeving portretteert.
Humor als een therapeutische, bevrijdende reflex op de pathologie van onze kleine kantjes en zielige schijnvertoningen.
Naar Ayckbourn kijken is zich vrolijk maken om de bekrompenheid en de eigenwijsheid van de medemens,
maar tegelijk kan je niet ontkomen aan het gevoel
dat je om jezelf zit te lachen.....


Foto's
Startpagina



"GEMENGD DUBBEL" - 1989

Een huwelijksspel door 8 verschillende auteurs




HET VERHAAL

Een jonge acteur en een jonge actrice nodigen een aantal toneelschrijvers uit
- sommigen bekend, anderen onbekend -
om een korte eenakter te schrijven.
In het korte bestek van een miniplay is het echter moeilijk om tot een goede exposé te komen.
Bij "Gemengd dubbel" heeft men dit ondervangen door vanuit een situatie te vertrekken
die verondersteld wordt algemeen bekend te zijn:
het huwelijk.
Resultaat: acht zeer verschillende variaties op hetzelfde thema.

De acht huwelijken waaruit we een fragment te zien krijgen, hebben allen één ding met elkaar gemeen:
er wordt een spel gespeeld.
In bijna alle scènes wordt, uitgelokt door een incident,
de stand opgemaakt van een aantal jaren "huwelijksspel".
Soms wordt er eerlijk en met plezier gespeeld,
een andere keer speelt de rivaliteit een grote rol
en in veel situaties wordt het spel gebruikt om een inhoudloze verhouding te verdoezelen.

Veel fantasie blijkt nodig te zijn om de sleur van een weinig geïnspireerd huwelijk te doorbreken
en aan het spel een nieuwe inhoud te geven.


Foto's
Startpagina



"LIEFDE HALF OM HALF" - 1988

Een verwarrende komedie van Alan Ayckbourn




HET VERHAAL

De “half om half”-personages:
Frank:
vijftiger, afdelingshoofd. Rustig type.
Probeert alle kleine klusjes zelf te doen, maar meestal loopt dat faliekant af.
Houdt van huiselijkheid.
Bemoeit zich iets te graag met andermans zaken,
hoewel dit eerder uit kommer dan uit echte bemoeizucht is.
Fiona:
de zowat tien jaar jongere, erg zelfstandige, echtgenote van Frank.
Altijd druk in de weer voor haar huishouding, haar vergaderingen
én haar verhouding met Bob Philips...
Verhouding is misschien een iets te groot woord,
het lijkt meer op een avontuurtje.
Bob:
dertiger met playboyallures.
Uitgaanstype dat ook nog gaat werken omdat het wel moet.
Altijd zin in een avontuurtje, zelfs met de echtgenote van zijn chef.
De gezinszorgen laat hij, met plezier, over aan zijn vrouw.
Theresa:
Bobs echtgenote die haar "echtgenote-zijn" beschouwt als "slavernij".
Ze is weinig praktisch in haar huishouding
en heeft enorme problemen met haar zoontje Benjamin.
Ze was vroeger wellicht ook een uitgaanstype
en is nu min of meer gefrustreerd in haar rol van huismoeder.
Haar verhouding met Bob gaat van gloeiend heet naar ijzig koud.
William:
de zorgzame boekhouder die alles stipt uitvoert.
De ideale bediende voor gelijk welke baas.
Thuis is hij echter, op zijn manier, de baas.
Hij zal gans zijn leven blijven werken,
uitgebuit worden en daarna stilletjesaan uitdoven.
Hij is echter zéér tevreden in zijn situatie.
Marie:
een ietwat domme maar toch wel goedhartige vrouw.
Ze is volkomen gelukkig met haar William en verlangt naar niets anders.
Wat hij zegt is haar evangelie
en ze is dan ook volkomen van hem afhankelijk.
Als ze dan toch één keer iets doet uit eigen overtuiging,
loopt het gegarandeerd verkeerd af.

Het “half om half”-verhaal:
Frank,Bob en William werken in hetzelfde bedrijf.
Franks' echtgenote Fiona en Bob hebben een heimelijke idylle.
De bal gaat aan het rollen als de respectievelijke partners er achter komen
dat de tortelduifjes geen zinnige verklaring kunnen geven
voor hun uithuizigheid op woensdag avond- en nacht.
Frank, de directeur, voelt zich geroepen de "zaak" uit te spitten,
alsof hij Morse zelf was.
De baas baseert zich echter iets te veel op vermoedens,
waardoor ons derde echtpaar, Marie en William,
tegen wil en dank met de matrimoniale golfslag meegesleurd wordt.
Zo zijn zij de slachtoffers van zijn amateuristisch detectivewerk.
De mallemolen draait op volle toeren
als het onschuldige paar uitgenodigd wordt op donderdagavond bij Frank en Fiona
en op vrijdagavond bij Theresa en Bob.

Toneelmatig vloeien de twee tijdstippen en de twee huiskamers tot één geheel samen.
Let dus goed op,
kies een leuk paardje op de carrousel
en draai met de personages mee
om je met hun bespottelijke schijnbewegingen te vermaken.

De “half om half”-moraal:
“Mijn vrouw is een mooi boek, maar ik heb het al uit...”, schamperde cabaretier Wim Sonneveld.
En wat dan?
Weg ermee? Scheiden? Een andere vrouw/man trouwen? Nog eens allemaal opnieuw?
Weer tot over de oren verliefd en daarna... zoals de vorige keer : afglijden naar de gelatenheid ?
Uitgekeken, uitgelezen?
Nee toch!
Een goed boek gooien we toch ook niet weg, herlezen we later misschien wel eens.
Wel eens goed rondkijken, want er is zoveel moois te zien, maar ondertussen houden wat we hebben.
En we zijn niet zo kieskeurig meer.
Als het lijf nieuw en het geleuter maar oppervlakkig is.
Onbekend terrein.
Het jachtinstinct borrelt in het bloed, het verleidingsritueel spant in je vingers,
het jeugdige verlangen glinstert in je ogen.
Die gevaarlijke, heerlijk speelse spanning!
Na een dergelijke nacht van weer achttien zijn en consumeren van de verboden vrucht,
voel je thuis het schrijnen van de wroeging, het schuren van de schuld.
Verbergen, verzwijgen en vergeten, tot je niets meer voelt.
ledere keer is de pijn minder en er is nooit iets gebeurd !
Zo denken de echtparen uit «Liefde half om half» erover.
Dat is hun pragmatische filosofie, waarmee ze hun «relatie» in stand houden.
Eigenlijk leeft ieder haar of zijn eigen leven, naast elkaar.
Ze hebben de sleur binnen laten sijpelen en in plaats van die te bevechten,
zoeken ze de frisse hartstocht buiten de deur en wordt de «liefde» gedeeld:
half om half.
De capitulatie voor het kartonnen decor van hun huwelijk hebben ze aanvaard
en voor de buitenwereld oogt het onberispelijk.
Relationele problemen, zielige toestanden, versleten smoesjes en doorzichtig bochtenwerk...
jawel, maar vooral herkenbaar en grappig !


ALAN AYCKBOURN

Alan Ayckbourn, geboren in 1939 in een Londense voorstad,
is een theaterbeest in hart en nieren.
Al van in zijn schooltijd had de theatermicrobe hem te pakken
en eens afgestudeerd, wijdde hij zich volledig aan deze grote liefde.
Eerst als acteur en regisseur in Oxford, Stoke-on-Trent en later in Scarborough.
Hier werd hij lid van het "Library Theatre" .
Zijn eerste twee zelfgeschreven stukken werden een flop en Alan besloot met het schrijven op te houden.
Hij vond werk bij de BBC en regisseerde er vooral luisterspelen.
Hieruit putte hij zoveel ervaring dat hij, na enkele jaren, wéér zélf gaat schrijven.

Het eerste succes komt er in 1967 met "Slippers".
Drie jaar later wordt hij directeur en artistiek leider van het “Library Theatre”.
Al zijn volgende stukken worden daar gecreëerd, in eigen regie, meestal in een “en rond”- opstelling.
Alléén de daar succesvolle stukken worden achteraf ook in Londen opgevoerd.

Alan Ayckbourn heeft, tot nu toe, meer dan 40 stukken op zijn actief.
De meest bekende zijn "Liefde half om half","Slippers","Bedden",
"Verwarringen","Driemaal Kerstmis" en de trilogie "The Norman Conquest".

De meeste van zijn stukken worden gekenmerkt door een ingenieus ontwikkelde plot
waarin hij vertrekt vanuit een door hemzelf bedachte "onmogelijke toneelsituatie".
Tijd en ruimte worden op het toneelplateau meesterlijk verweven.

Alan Ayckbourn is ongetwijfeld één van de meest productieve toneelauteurs van de laatste decennia.
Men vergelijkt hem met Feydeau, Tjechov, Pinter en Woody Allen.
De schrijver van "ordinaire komedies" is de laatste jaren tot een respectabele kunstenaar gepromoveerd.
In zijn stukken is een duidelijke evolutie waarneembaar.
Hij ontwikkelde zich van een banale blijspelauteur
tot iemand die minutieus de schrijnende en belachelijke aspecten van onszelf en onze omgeving portretteert.
Humor als een therapeutische, bevrijdende reflex op de pathologie van onze kleine kantjes en zielige schijnvertoningen.
Naar Ayckbourn kijken is zich vrolijk maken om de bekrompenheid en de eigenwijsheid van de medemens,
maar tegelijk kan je niet ontkomen aan het gevoel
dat je om jezelf zit te lachen.....


Foto's
Startpagina




"HARTEN TWEE, HARTEN DRIE" - 1987

Een bizarre komedie van Paul Rodenko




HET VERHAAL

Advocaat Huib Martens, bezig een briljante carrière op te bouwen, is getrouwd met Ellen.
Ellen vindt haar huwelijk maar saai en haar man onromantisch.
Natuurlijk is er een andere man in de buurt:
John Leerkamp, knap, donker en in diplomatieke dienst.
Ellen mag hem graag, maar er is nog niets ergs gebeurd.
Haar vriendin, Mona, komt het vuurtje wat opporren
en we zien Ellen overhellen naar het avontuur.
Toch gaat ze naar de psychiater en seksuoloog Dr. Oosterhuis, een huisvriend, om raad.
Die ziet dat het ernstig is en raadt haar aan om in therapie te gaan.
Maar daar wil Ellen niets van weten.
Zij beklaagt zich, dat er nooit iets in haar leven gebeurt.
Maar na het bezoek aan Dr. Oosterhuis gebeurt er wel iets:
een aanrijding!
Met John nog wel!
Ellen komt in het ziekenhuis terecht...

"Harten twee, harten drie" is een boeiend toneelwerk,
waarin Rodenko met de "vorm" geëxperimenteerd heeft:
weg met het decor, met de lichteffecten, met de meubeltjes.
In plaats daarvan: een soort commedia dell' arte - vorm
waarbij de acteur voortdurend uit zijn rol stapt
en waarbij Rodenko één van de essentiële condities van het toneel blootlegt:
de transformatie van de spelende mens.


PAUL RODENKO

Nederlands dichter en essayist ('s-Gravenhage 26.11.1920-Warnsveld 9.6.1976).
Studeerde psychologie, Slavische letteren en algemene literatuurwetenschap te Leiden en Parijs.
Was lid van de redactie van Columbus en Podium.
Gold als voorloper van de Vijftigers.
Debuteerde als dichter met een vertaling van "De twaalf" (1947).
Daarna verschenen "Gedichten" (1951) en "Stilte, woedende trompet" (1959), experimentele en associatieve poëzie.

Rodenko wordt vooral beschouwd als essayistisch woordvoerder van de Vijftigers >met zijn publicaties
"Over Hans Lodeizen" (1954), "Tussen de regels" (1956) en "De sprong van Münchhausen" (1959).
Hiermee en met zijn bloemlezing uit de poëzie der avant-garde "Nieuwe griffels, schone leien" (1954)
heeft hij velen de ogen geopend voor de waarde van de experimentele poëzie.

Rodenko was ook actief als vertaler van o.m. Jean Anouilh, Simone de Beauvoir en Dostojevski.
Zijn rol als essayist der avant-garde liep terug na 1960.
Hij zette toen vooral zijn al in 1955 begonnen bewerkingen van beroemde liefdesverhalen voort,
o.a. in "Helse vertelsels" (1960-1963) en "Vrijmoedige liefdesverhalen uit 1001-nacht" (1961).
In "De opblaasvrouwtjes" (1970) verschenen bewerkingen van sciencefictionvertellingen.
In 1975 verscheen "Orensnijder tulpensnijder", waarin hij zijn gedichten verzamelde.

Zijn toneelstuk "Harten twee, harten drie" (1963) beleefde veel voorstellingen,
maar daarna bleek er aan Rodenko's dramatisch werk geen behoefte meer te bestaan.
Hij gaf nog een bundel met erotische verhalen uit "De opblaasvrouwtjes en andere stoute stories van nu en straks" (1970),
maar het bleef bij één druk.
Zijn in 1976 verschenen essaybundel "Op het twijgje der indigestie"
bevatte voor het grootste deel artikelen van vóór 1960.

Te vroeg overleed hij op 9 juni 1976 aan een maagbloeding.


Foto's
Startpagina




"MAAK PLAATS, MEVROUW" - 1986

Een spetterende komedie van Ray Cooney en John Chapman




HET VERHAAL

Philip Martens geeft, samen met zijn compagnon Henri Dedecker, kinderboeken uit
en brengt zijn avonden door met het lezen van de drukproeven.
Hij doet dit zo geconcentreerd, dat zijn vrouw Charlotte zich terecht verwaarloosd voelt.
Ze gooit zich dan ook vol overgave op de herinrichting van hun appartement,
bijgestaan door de excentrieke binnenhuisarchitect Alistair Stoffels.
Smoorverliefd op het Oostenrijkse au-pairmeisje Heidi Haüser,
zou Alistair graag samen met haar een avondje gebruik maken van de flat.

Maar er zijn die avond nog andere amoureuze afspraakjes gepland!



Lopende regie | Regieplanning | Contact |
| Biografie | Historiek Regies | Foto's Regies |
| Backstage |